Verslag VillAetA Sjoerd Soeters in Zaandam

Op 29 januari was de excursie VillAetA Sjoerd Soeters in Zaandam. Peter Drijver maakte hiervan het verslag:

Op 29 januari verzamelt een bont gezelschap AetA-leden zich voor de nieuwjaarsbijeenkomst in Zaandam aan de westzijde van het station. Een onaantrekkelijke plek midden in –tot voor kort– één van de lelijkste stadscentra van Nederland.

In het voorlichtingscentrum Inverdan worden we ontvangen door Rens Schulze en Sjoerd Soeters, masterplanner van ‘Inverdan’ en gastheer van de dag. De eerste tranche gebouwen is opgeleverd, de eerste delen van de openbare ruimte in uitvoering: tijd voor een nadere kennismaking met het gebied dat met het ‘Zaanse-huisjes’-hotel van Molenaar&van Winden wereldfaam verwierf…

Soeters is rond de eeuwwisseling gevraagd een masterplan te maken om de ‘verkniptheid’ van het Zaanse centrum te repareren: de stad is vanouds door bundels noord-zuid verbindingen doorsneden[1]. Tegelijkertijd gleed de stedelijke economie af: elke Saencanter ging voor zijn echte boodschappen de stad uit met desastreuze gevolgen voor het centrum.

Soeters stelde in 2003 een masterplan en beeldkwaliteitsplan op voor het assenkruis Provincialeweg-Gedempte Gracht, inventariseerde kansrijke locaties en onderzocht een eigen, stedelijke samenhang. Voor de beeldkwaliteit hield hij de Zaandammers een spiegel voor: het wereldberoemde Zaanse huisje met zijn houten schermgevel en onbezorgde classicistische ornamentiek dient vertrekpunt en referentie te zijn. Maar omdat de moderne opgave volstrekt afwijkend is van het traditionele kleine houten woonhuis, is in het beeldkwalitetisplan onderzocht in hoeverre aangrijpingspunten te vinden zijn in de ‘Genius Loci’ om het plan Inverdan hiermee te laden, in ornament, kleur en materiaal.

Voor de stedelijke ingrepen brengt Soeters al zijn kennis en ervaring van elders mee: het ‘krimpen’ van de openbare ruimte tot het ‘gezellig’ wordt de schaal van de voetganger accomodeert, het ‘knikken’ van de ruimte tot er boeiende zichten en wandelingen ontstaan. Allemaal stedenbouwkundige middelen die uitnodigen om de architectuur van de panden en wanden te verrijken. Soeters stapelt ook hier programma’s om tot een mix te komen waar overdag én ‘s avonds lichtjes branden. Daarbij worden openbare functies (Stadhuis, Bibliotheek, Bisocopen en Hotel) ingezet als motor van het vernieuwingsproces. Soeters verwijst graag en dikwijls naar het werk van Jan Gehl, Jane Jacobs, Gordon Cullen en Rob Krier.

Na een toelichting bij de grote makette van Zaandam maken we een wandeling door het nieuwe stadhuis van Zaandam dat naast het station is verrezen boven een aantrekkelijk busstation. De entrée aan het verhoogde stadhuisplein is het begin van een route die straks ongemerkt beide helften van de stad ter weerszijden van Provincialeweg en spoorzone koppelt. Vanaf het Stadhuisplein stroomt straks ook het water omlaag en door de ‘ontdempte’ Gedempte Gracht tot aan de Zaan.

Het Stadhuis oogt al seen reeks kolossale huizen ter weerszijden van een interne verkeerszone. Zo groots als het gebouw er van buiten uitziet, zo vanzelfsprekend, openbaar en geleed oogt het van binnen. In het gebouw zijn –heel bijzonder– zowel de raadszaal als de trouwzaal opgevat als traditionele interieuropgaven waar ruimtelijke geleding, lichtval, ornament, plafond- en vloerafwerking subtiel verwijzen naar locale elementen. Een gelukte combinatie van moderne eisen, traditie en een speelse geest.

Tegenover het Stadhuis is nu nog een open gat: bouwplanen van Scala en Venhoeven zijn uitgesteld. De overbouwing van de Provinciale weg als bebouwde brug is aan één zijde klaar waar het vergadercentrum en restaurant van het Inntel Hotel is gebouwd. De winkeltjes van Scala laten nog op zich wachten aan de andere zijde en dat geld took voor het ‘pakhuizencomplex’ van Claus en Kaan ernaast. Opgeleverd is inmiddels het woon- winkelcomplex naar ontwerp van DOKJ architecten –met een knipoog naar silhouet en beplanking van een houten Paltrokmolen. Matthijs Rijnboutt licht het complex toe rondom de Tsaar, een woontoren met een enorme openbare parkeergarage, appartementen, winkels en biscoop-zalencomplex. Scala heeft zojuist twee appartementengebouwen voor woningbouwverenging Parteon opgeleverd die over de garage-entrée zijn gebouwd.

Iedereen kijkt zijn ogen uit op de vele bruggetjes, doorzichten, en kades: met het opengraven van de gracht lijkt ere en hoogwaardige en stevige verbinding tussen spoor en Zaan tot stand te zijn gebracht. Ontwerp en uitwerking van Simon Sprietsma is prachtig.

Tijdens de wandeling hoor ik om mij heen veel instemming met de stedenbouw, de ambities en het resultaat. Maar er lijkt ook nogal wat persoonlijke weerzin tegen de architectonische uitwerking van projecten. Daar tegen in kan je stellen dat er een groot verschil is in de manier waarop ontwerpers ermee om zijn gegaan. Het Hotel als ‘billboard’ en entrée, de grafiek van DOK, de schaalwisselingen van Rijnboutt, de stoere blokken van SCALA en de fraaie detaillering van de openbare ruimte van Sprietsma. Soeters Stadhuis experimenteert in de gevels met de transformatie van de Zaanse traditie en de ikonen van de moderne architectuur. Tegelijkertijd imiteert hij in interieur en op de schaal van de wandelaar de ornamentiek die de Zaanse huizen karakteriseert: onbevangen en aanstekelijk.

En natuurlijk wandelden we nog langs ‘Murano’ aan de westzijde van de stad ten noorden van het station gelegen appartementencomplex van Döll en Geurst+Schulze. Keurig. En er tegenover bleek een strook woningbouw van OMA te staan: een les in nederigheid.

Geheel verkleumd konden we ons warmen aan de borrel in de lounge van het Hotel Inntel van Molenaar&van Winden: na de Achitectura de Amicitia als het ware. Veel opvattingen werden daar uitgewisseld, maar een gezamelijk gesprek werd het niet. Daarom geef ik een ieder het volgende nog mee.

Soeters’ beeldkwaliteitsplan stelt het idioom van het Zaanse huisje voor als vertrekpunt. Is die vrije, in oorsprong classicistische houten schermgevel een werkbaar precedent om op een andere schaal en een ander programma tot karaktervolle, in de plek gewortelde architectuur te komen? Welke bandbreedte kan daarin tot een werkende en samenhangende omgeving komen? Inverdan lijkt ingezet om ontwerponderzoek tot pluriforme maar werkende resultaten te laten komen.

Soeters’ Masterplan 'verstedelijkt' het Zaanse karakter van huis/tuin/sloot tot een wonderlijk Venetiaans centrum met een kwaliteit die weliswaar niet echt Zaans is, maar er goed lijkt te passen. Is dat nog te begrijpen als een nieuw, mixed-use centrum van de historische stad? Jolles noemde het een geslaagd voorbeeld van ‘urbanisme parlante’.

Met heel erg veel Zaandammers ben ik als geboren Saencanter a-pen-trots op wat mijn stad hier tot stand heeft gebracht.

[1] Zaandam is ontstaan ter weerszijden van de Zaan waar nu nog de Oost- en Westzijde lopen. Vanuit deze bebouwingslinten liepen paden langs sloten het open slagenlandschap in. De paden eindigden gewoonlijk met een molen en de aanwonenden hadden als een soort VVE zeggenschap en verantwoordelijkheid over pad, bouwrechten en gemeenschappelijke plees aan de sloot. Met een beetje moeite is die ondergrond in kaart en straatbeeld van Zaandam en Zaandijk nog te herkennen. Het zou ook een verklaring kunnen zijn voor de betrekkelijke anarchistische instelling van de Saencanters. Aanleg van de Provinciale weg en later het spoor deelden de stad nog verder op.

Laatste publicaties