Verslag VillAetA Hans Ruijssenaars

Op 25 augustus was de VillAetA Hans Ruijssenaars. Geert Bosch maakte het verslag.
 
De man tussen Duiker en Kahn
 
Zaterdag 25 augustus waren Annemariken Hilberink en ik voor het eerst deelnemer aan een AetA excursie. Als nieuw lid werd mijn aandacht bij het zien van de agenda getrokken door de naam Hans Ruijssenaars. Toen wij eind jaren tachtig studeerden aan de TUe was Hans Ruijssenaars een nieuwe hoogleraar die met beide voeten in de praktijk  probeerde ons enthousiaste architecten in spe een goede richting mee te geven in een wereld waar de architectuur het nog moeilijk had. Annemariken studeerde af bij Hans en toen zij een 2e prijs haalde bij de Archiprix 1991 achter Bjarne Mastenbroek maar voor mensen als Jacob van Rijs en Winka Dubbeldam straalde de trots van zijn gezicht.  Toen we later ons eigen bureau waren gestart zijn we wel eens met Hans gaan praten over architectuur, het architectenvak en ons en zijn werk. Vol warme gevoelens, goede raad en complimenten keerden we dan weer huiswaarts. Deze VillAetA was voor ons daarom een zeer welkome introductie in het genootschap AetA.
 
De excursie start op de Kerkbrink, het stadshart van Hilversum te midden van een aantal verschillende werken van Hans. Het oude raadhuis heeft hij gerestaureerd en uitgebreid en herbergt het Museum Hilversum. Een beamer die niet mee wilde werken gaf Hans de kans een van zijn grootste talenten aan te spreken, het beeldend vertellen. In anderhalf uur neemt hij ons mee door zijn plannen, inspiraties en drijfveren en gunt ons een blik in zijn gedachtewereld. Hij vertelt over zijn bewondering voor de rationele Duiker en over zijn tijd in Amerika bij Louis I. Kahn waar hij kennismaakte met het sensitieve en de verwondering. Deze inspiraties kenmerken zijn ontwerpen in verschillende gradaties en zijn de reden waarom hij zichzelf omschrijft als een hybride architect. Een wandeling door het museum en door de winkelpassage Gooische Brink in het hart van Hilversum geven een beeld van wat hij met deze term bedoelt. Eigenzinnige plannen waarbij de vormgeving lijkt ingegeven door de op de locatie aangetroffen kwaliteiten, wars van heersende architectuurstromingen. Gedetailleerdheid op alle schaalniveaus maakt dat de plannen, ondanks hun forse omvang hun plek vinden in het oude stadshart.
 
Volgende stop was de door Dudok ontworpen wijk Liebergen. Verschillende architectenbureaus waaronder Braaksma & Roos, Marloes van Haaren, Mulleners & Mulleners en Kingma Roorda architecten werkte hier onder zijn supervisorschap aan de revitalisatie van deze monumentale wijk. Van restauraties tot moderne invullingen, alles ademt zorgvuldig de sfeer van deze authentieke buurt en geeft het zijn oude glans weer terug. 
 
We eindigen bij het woonhuis van Hans in Baarn. Hier heeft hij recentelijk een nieuw atelier en archief bijgebouwd. Een wonderlijk gebouw dat ondanks zijn afmetingen van 6 x 30 meter op lijkt te gaan in zijn omgeving. Door het ingenieuze gebruik van spiegels blijkt het gebouw van binnen een imaginaire wederhelft te bezitten die de ruimtelijke ervaring verdubbelt. Het gebruik van kleine stukjes oranje fluorescent perspex in de kozijndetailleringen maakt het gebouw tot een echte Ruijssenaars, enig in zijn soort. In het archief in de kelder stuiten we tenslotte op de twee kwaliteiten staan voor  de hybride architect die hij is, bandeloos verzamelen en zeer gestructureerd ordenen.
 
Na de borrel praten we nog even na met Hans. Hij vraagt ons of we in zijn werk nog wat herkennen van zijn colleges. We blijven het antwoord schuldig. In de auto onderweg naar ons huis in het zuiden komt het besef langzaam. Hij heeft de kiem gelegd van onze voortdurende zoektocht naar de eigenheid in onze ontwerpen.
 
 
Bekijk en lees eerdere verslagen van AetA-excursies hier 
 
 

Laatste publicaties