Verslag VillAetA Haarlem

Om 12.30 uur vertrekken we met zeker 35 leden op voor het merendeel OV fietsen vanaf het heringerichte stationsplein met zijn monumentale station ( 1906 ) van de architect Dirk Antonie Margadant ( 1849-1915 ) met zeer mooi fietsweer. Voorop natuurlijk de organisator Adriaan Mout ( 1959 ) die ons naar het eerste project voerde "De Korrels" gelegen aan het bolwerk op de Schotersingel naast het museum Dolhuis ( oude pest en dolhuis ). Een 3 tal cortenstalen korrels (9 woningen ) liggen verdiept in het bolwerk en passen zich geruisloos aan hun omgeving. De gevels en het dak zijn geheel bekleed met het cortenstaal wat in detail geraffineerd is opgelost Het ontwerp is van het buro Abbink de Haas ( Angie Abbink 1968 en Micha de Haas 1964 ) wat met hun project bij de Smaaktest Haarlem ( 16 maart 2011 ) in de top 3 zijn geëindigd.

Niet ver daarvandaan belanden we bij het "Drosteterrein" gelegen voor een deel aan de rivier het Spaarne en is onderdeel van het gebied Waarderpolder Zuid-West en ten oosten nog begrenst door de Thorbeckebuurt ooit gebouwd voor de fabrieksarbeiders en thans geheel opgeknapt. Als ik hier rondloop moet ik denken aan de chocoladeflikjes van Droste welke in een achtkantige koker verpakking zat..Dat waren lekkere ronde chocolaatjes met een bolle en platte kant en is vernoemd naar de uitvinder Casper Flick die in 1745 een chocoladefabriek begon in de nes in amsterdam maar dit terzijde.We werden opgewacht door de stadsbouwmeester van Haarlem Max van Aerschot ( 1952 ) die ons de procesgang van dit gebied zou vertellen. Max voor deze gelegenheid in een bijzondere outfit heette ons welkom op deze zonnige dag aan het Spaarne. Het gebied moest herontwikkeld worden voor wonen, werken, cultuur en uitgaan. De industriële monumenten zoals chocoladefabriek Droste moesten behouden blijven. Droste verhuisde overigens naar Vaassen in Gelderland. Een stedenbouwkundig plan werd opgesteld door DKV uit Rotterdam. Hun plan ging uit van restauratie van de monumentale bebouwing en hergebruik van de fabrieken met toevoeging van een aantal nieuwbouw blokken. Het bureau van Alle Hosper ( 1943-1997 ) was verantwoordelijk voor de inrichting van de openbare ruimte. Verschillende architectenburo's hebben hun bijdrage geleverd voor dit gebied zoals MIII, A &I en Max van Aerschot. Max zelf heeft de silo van architect W.Ph. van Harreveld gebouwd in 1959 welke aan een drukke weg ligt opgetopt met eenzelfde volume tot een woon / werk toren welke tevens als geluidsscherm voor het gebied functioneert. Opvallend in het gebied is verder de hoge dichtheid die als uitgangspunt diende. Op mij kwam de sfeer van schaal materiaalgebruik en kleur heel goed over .Misschien deed de zon daar wel goed aan mee. Kortom een gebied wat ZEER de moeite van een bezoek waard is.De info die Max verder vertelde verzande naar mijn mening in een bekend verhaal namelijk dat er zo nu en dan OORLOG is in het gehele proces voortgang.Later op de dag zou Max nog een uitleg geven over zijn functioneren als stadsbouwmeester in het ABC van Haarlem.

Vervolgens werden we verrast met het project "de Lichtfabriek" gevestigd in vervallen gebouwen van het voormalige Energie Bedrijf Haarlem nabij de voormalige Droste fabriek. Het stedenbouwkundig plan voor dit gebied werd door Max van Aerschot opgesteld en ging uit van handhaven van de oude gebouwen met een schil rondom van nieuwe gebouwen en woningen. Een viertal ondernemers van een verschillend pluimage staken de koppen bij elkaar en hadden plannen gesmeed om in de oude gebouwen creatieve en inspirerende bedrijfshuisvesting in een culturele ambiance te plaatsen. Deze werden voorgelegd aan de gemeente en die zagen daar wel wat in. Denk daarbij aan de ontwikkeling van het Westergasfabriek terrein in Amsterdam. De hallen zijn wat betreft het interieur op een simpele wijze opgeknapt zodat een rijke programmering kan plaats vinden. Het exterieur valt nog heel veel aan te doen. Voor het project is er geen subsidie beschikbaar dus alles moet komen uit de verhuur. Het is een grote speler geworden in de uitgaanscultuur van Haarlem en omgeving. De nieuwe schil krijgt volgens de plannen hoogwaardige nieuwbouw ( wat een kreet ) zoals bedrijfsruimtes en kantoren voor een deel gerelateerd aan de culturele en creatieve sector. Bekende architecten zullen hun bijdrage hier aan leveren zoals Bjarne Mastenbroek ( 1964 ) van Search, MIII uit Rijswijk Leendert Steijger ( 1961 ) en Max van Aerschot. Tussen de schil en de nieuwbouw ontstaan pleinen welke in maat refereren aan pleinen in Haarlem. Het maaiveld inrichting wordt verzorgd door CH & Partners uit Den Haag. Er moet dus nog heel wat gebeuren in dit enerverende gebied vol bruisende ideeën.

In een lange sliert fietsen we nu ( sommige fietsen weinig wat goed te zien is ) de binnenstad in richting het oudste hofje van Nederland uit 1395 het Hofje van Bakenes. Naast dit hofje heeft Henk Döll ( 1956 ) van Mecanoo architecten en Joost Swarte de graficus / cartoonist ( 1947 ) het "Johannes Enschedé Hof" in 2007 gerealiseerd. Het oude hofje met zijn typisch woonconcept diende als inspiratie voor het nieuwe volgens Henk die ons uitvoerig verslag deed van zijn ontwerp. Het nieuwe hofje bestaat uit 10 woningen, 8 voor vrouwen ouder dan 65 jaar en 2 voor bejaarde stellen .De binnentuin van het nieuwe hofje was goed op de zon georiënteerd en was in schaal heel aangenaam. De gevels waren uitgevoerd in western red ceder en verticaal aangebracht waardoor de ruimtewerking van het hofje nog beter tot zijn recht kwam. Verschillende elementen in dit plan waren door Joost ontworpen zoals het glas in lood raam te zien in de Korte Begijnestraat waar ook een aantal kleine vierkante vlakken op het metselwerk waren aangebracht wat een vreemd effect gaf. Ook in de steeg een verrassend hekwerk van massief aluminium plaat waarin uitgefreesd was een grafische voorstelling van huisjes. Verder zag je vanuit de binnentuin een hekwerk wat Joost ook had gemaakt met de hem zo bekende grafische figuren. We vervolgden onze fietstocht langs het Spaarne in zuidelijke richting. Het project wat we op het einde van de dag zouden bezoeken was vanaf de oostkant van het Spaarne goed te zien met zijn markante woontoren van de architect Thijs Assel-bergs ( 1956 ).Op sommige plaatsen is deze rivier bijzonder breed in vergelijking met de Amstel en heeft heel bijzondere stukken natuur en bebouwing. Veel fietsers natuurlijk op deze lentedag te zien. Opeens was daar de wijk Schalkwijk uit de jaren 60 zichtbaar. Het is het grootste stadsdeel van Haarlem en beslaat zo'n 25% van geheel Haarlem. Tussen het Spaarne en Schalkwijk ligt een groene gordel waar het project "Paswerk" van de architect Herman Hertzberger ( 1932 ) gelegen is. Uit een besloten prijsvraag werd het stedenbouwkundige plan van Herman en Atelier Quadrat uit Rotterdam gekozen. Quadrat heeft de buitenruimte ontworpen. De buitenruimte onderscheidt twee milieus, binnen en buiten de hoven wat goed te zien is in de aanpak van de beplanting. Het project telt 119 woningen ( 78 patio woningen en 41 grachtenpanden en herenhuizen, wat een kreet echt makelaars taal ) en heeft in zijn stedenbouwkundige setting de kwaliteiten uit het omliggende landschap behouden. Alle huizen zijn georiënteerd op het zuiden wat bijzondere gevels en serres oplevert. De gevels van de hoven zijn grafisch zeer verzorgd zowel in materiaal, kleur en schaal. Parkeren in de gehele wijk vind niet plaats op maaiveld maar vind ondergronds plaats in een van de gebouwen. Een minpunt in het project is de golvende lijnen van het dak ( gras ) aan de randen van de blokken. Het maakt de grafische lijnen in de gevels er niet sterker op. Was de eerste golvende lijn van Herman niet in het ontwerp van het Chassetheater in Breda wat een verantwoorde lijn was naar mijn mening.

Nog onder de indruk van het project van Herman fietste we weer verder richting Tuinwijk Zuid waarbij we onderweg aan het Spaarne een heel bijzondere villa tegen kwamen. Een villa met veel stijlkenmerken zoals de Amsterdamse school en de Wright stijl. Het ontwerp van architect C.Mesman dateert van 1928 en is in 1930 gebouwd in een betonnen casco en door de beeldhouwster Alida Johanna van Waveren Scheltema voltooid. Het is een monument van de gemeente Heemstede en ligt wat achteraf waardoor de villa een wat geheimzinnige uitstraling heeft volgens het bord van de ANWB.

Na deze merkwaardige villa in al zijn pracht en praal door naar de eenvoud van de architect Johannes Bernardus van Loghem ( 1881-1940 ) in "Tuinwijk Zuid". Tuinwijk Zuid is gelegen tussen het Spaarne en de Haarlemmerhout en aan de zuidzijde van Haarlem grenzend aan Heemstede. De architect van Loghem had in 1920 de stedenbouwkundige opzet gemaakt waarbij de 2 semi openbare tuinen in zijn plan waren opgenomen. Leonard Springer ( 1855-1940 ) de landschapsarchitect had voor dit gebied in 1900 kavels getekend voor vrijstaande villa's en kavels voor huizen met 2 of meer woningen onder een kap. Deze kavels werden door hem in een park gesitueerd. Dit verklaart waarom er zoveel groen in het plan van van Loghem is opgenomen. van Loghem liet zich inspireren door de voor-vechters van het Tuinstadideaal zoals Ebenezer Howard 1850-1928 ) en William Morris ( 1834-1896 ). Dat ideaal hield o.a. in dat de architectuur niet alleen de functie van huisvesting is maar ook een gezonder en gelukkiger levensperspectief te verwachten is. Het gebied herbergt in totaal 86 eengezinswoningen ( toen heette het nog niet zo ) verdeeld over 2 L L-vormige blokken met dus de prachtige binnentuinen welke door poorten te bereiken zijn. In 1978 werd het gehele complex terecht een Rijksmonument. Het straatbeeld werd gedomineerd door de balkons ( in de oorspronkelijke rode kleur en afgezet met gele randen ) de dakterrassen met hun pergola constructie en de verholen entrees van de woningen. In 1990-1992 is het complex groots aangepakt in de zin van onderhoud en restauratie wat goed te zien was stond er goed bij. De organisator van deze excursie de architect Adriaan Mout woonde zelf in één van de huizen zodat we met z'n allen door zijn huis konden banjeren. Voor die tijd een groot huis met maar liefst 5 kamers over 3 bouwlagen. Een kleine tuin bij zijn huis afgescheiden door heggen welke overging in de gemeenschappelijke binnentuin. Daar waren een aantal bewoners ( vrouwen) met snoeischaren bezig de gemeenschappelijke tuin te onderhouden. Nog een anekdote over van Loghem ......zijn grootste ideaal was een stad te bouwen op socialistische grondslag. Hij werd in 1926 uitgenodigd om in Siberië de mijnstad Kemerovo te bouwen wat uiteindelijk ook gelukt is.Rudolphine Antoinette Eggink (1951) is gepromoveerd op van Loghem en woonde een tijdlang in een van de huizen. Godfried Bomans schrijver / publicist ( 1913-1971) woonde van 1943 tot 1961 ook in dit project.

Richting de stad komen we aan bij het monumentale zorgcomplex"Spaar en Hout" Een voormalige buitenplaats met een rijke geschiedenis die terug gaat tot 1641. In de analen van Spaar en Hout valt nog te lezen dat in 1814 de schrijfster Margaretha Jacoba de Neuville de buitenplaats erfde en in 1820 liet verbouwen door de architect Martinus Gerardus ( roepnaam Pierre ) de Tetar van Elven ( 1803-1883 ).Deze architect heeft een verbouwingsplan gemaakt voor de eerste verdieping tot kunstzaal in 1841 van het gebouw Arti et Amicitea op het Rokin 112 hoek Spui in Amsterdam. Zo zie je maar weer dat er altijd verbanden te leggen zijn tussen verleden en heden immers AetA werd in dit voornoemde gebouw opgericht in 1855 op initiatief van de architect Johannes Hermanus ( roepnaam Jan )Leliman ( 1828-1910 ).Bouwwerken verrezen, maar werden ook weer afgebroken, op dit stuk grond. In 1927 kwam het voordien op het grondgebied van Heemstede gelegen buitenplaats bij Haarlem.De tuin werd door L.A. Springer, met behoud van de oude bomen, nieuw vormgeven. Uiteindelijk werd na het slopen van bebouwing In 1930 nieuw gebouw geopend, het Doopsgezinde Rusthuis voor Bejaarden van de architect K. Jonkheid.Het gebouw heeft een U U-vormige plattegrond met de korte zijde aan het Spaarne georiënteerd. De twee andere benen van de U zijn naar het landschap gekeerd .Het is het oudste verzorgingshuis van Nederland en is thans een Rijksmonument. De architect Cees Brandjes ( 1952 ) stond stil bij zijn ontwerp van 2 urban villa's en een uitbreiding met intramurale zorg ( Gezondheidszorg in instellingen voor dag- en nachtverpleging )Wij kregen van hem een verhaal te horen over het "PLOOIEN" van het gebouw in zijn omgeving dus reagerend op het bestaande U vormige gebouw. Nou daar moesten we het mee doen. De voorzet gevels had hij voorzien van verticale western red ceder lamellen welke recht en gedraaid waren aangebracht.............leuke grap. Als toelichting gaf hij aan dat het vanuit het interieur heel goed werkte wat betreft inkijk van buitenaf.

Inmiddels waren de gelederen al aardig verwend met fraaie projecten en een laatste project diende zich aan pal naast Spaar en Hout namelijk "de Mariastichting" De Maria stichting was een ziekenhuis in Haarlem voor een deel gesitueerd aan het Spaarne. Na 1989 het Spaarne Ziekenhuis en is een voormalig rooms katholiek ziekenhuis. Eind 2004 gesloten en vervolgens op het monumentale hoofdgebouw ,uit 1899, na afgebroken. Uiteindelijk beland het ziekenhuis in Hoofddorp onder de naam Spaarne ziekenhuis.De architect van het oude ziekenhuis was A.A.N.Bruning.In de loop der jaren was er heel wat uitgebreid en verbouwd wat heden ten dage bij vele ziekenhuizen het geval is .....hoe komt dat toch!!!!!!!!!!!!!!!!!! Op deze mooie plek tussen het Spaarne en Haarlemmerhout waar het ziekenhuis met zijn bijgebouwen dus stond zijn 385 woningen, tussen de 8000 en 10.000 vierkante meter kantoorruimte en 600 ondergrondse parkeerplaatsen gerealiseerd. Thijs Asselbergs gaf ons een korte toelichting over de planvorming. Thijs heeft in samenwerking met Bouwfonds,MAB Ontwikkeling,van Wijnen, Amvest en Faro architecten een plan ingediend onder de naam "Schatkamer aan het Spaarne".Er waren een drietal plannen ingediend,waar nog heibel over was,maar waaruit het plan van Thijs uiteindelijk werd gekozen. De ander twee waren MVRDV / Van de Ven en Mecanoo / Palmboom. Belangrijk was in de uitgangspunten voor de planvorming dat het monumentale hoofdgebouw aan de Kamperlaan gehandhaafd diende te blijven. Een heel goed uitgangspunt wat later is gebleken want de appartementen die in dit gebouw zijn gemaakt waren snel verkocht. Om het gevraagde programma te realiseren moest er een hoge dichtheid gehaald worden van 150 woningen per hectare. Stedenbouwkundig is er een hoofdas vanuit de Haarlemmerhout naar het Spaarne waaraan de woongebouwen gesitueerd zijn. In het midden dwars op de as is er een groene ruimte die qua afmeting vergelijkbaar is met de Grote Markt in Haarlem. De woontoren van van 19 verdiepingen en 66 meter hoog bevat een 97 tal appartementen. Thijs heeft ons nog via de lift naar de 2 penthouse's gebracht om de grootte van het penthouse te zien en het enorme uitzicht wat je hebt. De gecompliceerde opdracht om op dit terrein zoveel woningen en kantoren te realiseren is op een voorbeeldige wijze opgelost in schaal,materiaal en detaillering.

En toen na een lange inspirerende dag waarbij sommige de zon in hun gezicht goed zichtbaar was reden we richting het "ABC" het locale architectuurcentrum van Haarlem waar een borrel en wat versnaperingen op ons stond te wachten. Bovendien zou Max ons nog uit de doeken doen wat de functie van een stads-bouwmeester inhoud. Verder zou hij nog ingaan op de ontwikkelingen de komende tijd in en rond Haarlem. Max begon met de mededeling dat hij voor de uitleg 15 minuten in beslag zou nemen. Het werden er uiteindelijk meer dan 30.Kennelijk is hij niet in staat om ons na zo'n dag in het KORT daar iets over te zeggen. Simpel zou je kunnen zeggen "onafhankelijk adviseur van gemeente over ruimtelijke kwaliteit" Max volgde de stadsarchitect van Haarlem Joop Slangen ( 1960 ) in 2007 op. De titel 'stadsarchitect' verwijst naar de omstandigheid dat deze architecten voor korte of langere tijd, en níet voor één afzonderlijk project, hun diensten aanbieden aan een stad, in opdracht van het stadsbestuur, met als doel om in overheidsdienst goede openbare gebouwen en stadsuitbreidingen te realiseren en het ruimtelijke beleid ten aanzien van de stadsontwikkeling in brede zin in goede banen te leiden. Een duidelijk verschil tussen de twee functies is hiervan sprake vertelde Max Nog veel meer vertelde hij over processen maar het kwam bij mij niet meer binnen. Een wel heel geslaagde fiets architectuur dag was het ,veel dank aan de organisatie.

Fridjof van den Berg 25 maart 2011

Laatste publicaties