Verslag VillAetA Fridjof van den Berg

Villa AetA 23 april 2011: Follies in Noord-Holland

Op een zonovergoten Hollandse voorjaarsdag reisden 16 leden af naar de kop van Noord-Holland om hier rond te dwalen op zoek naar follies. Deze vreemde bouwwerken, die zich ontrekken aan het nut, de bouwregelgeving, en conventionele ideëen over architectuur, bleken ook te zijn ontkomen aan de allesomvattendheid van de TomTom en Google Maps. Tussen de fel gekleurde bloembollenvelden, in duinpannen, achter een golfbaan en op een besloten boerenerf vonden we stalen pijlers, betonnen koepeltorens, een garage met een timpaan en een brug met een opengewerkt houten dak.

Telkens vroegen we ons af of dit het nou was, de folly uit het programma dat Fridjof voor ons had samengesteld. Want eenmaal gewend aan de 'folly' manier van kijken, doemden ineens overal schijnbare nutteloze bouwsels op die wellicht enkel als ornament bedoeld waren, zoals de term in de Van Dale wordt gedefinieerd. Het mooie cortentstalen bord op het bedrijventerrein, de straaljager in een achtertuin, en de tot theehuis omgebouwde tram die we onderweg tegen kwamen, waren het blijkbaar niet.

Of de projecten die wel op het programma stonden ook daadwerkelijk als folly konden worden bestempeld was de gehele dag onderwerp van discussie. Dit is ook niet vreemd gezien de veelheid aan definities die er bestaat. De discussie was interessant omdat de follies zich bevinden op de scheidslijn van architectuur, kunst en alledaagse bouwwerken. Het deed ons niet alleen nadenken over follies, maar ook over bijvoorbeeld architectuur, de rol van de architect en alledaagsheid. Wat de werken die we hebben bezocht daarnaast interessant maakte was het onconventionele karakter, waardoor ze een verrassende kijk boden op verschillende aspecten die altijd bij het maken van een ruimte aan bod komen. Hierdoor kunnen follies een bijzondere inspiratiebron zijn voor architectuur in het algemeen.

De dag begon bij een oud binnenduingebied, een van oorsprong onbestemd niemandsland met restanten van bunkers ingeklemd tussen een spoorlijn en een bedrijventerrein aan de rand van Den Helder. Hier bevindt zich kunstproject De Nollen (1980-heden), het levenswerk van de kunstenaar Rudi van de Wint (1942-2006). Van de Wint staat bekend om zijn zeer grote schilderingen en sculpturen, hij maakte onder meer de schilderingen voor de plenaire zaal in de Tweede Kamer. Al het werk dat de kunstenaar heeft gemaakt komt voort uit het laboratorium dat De Nollen was. Van de Wint wilde geen kunstwerken voor musea maken waar ze in concurrentie zouden staan met het werk van anderen en met het gebouw. In De Nollen staat enkel de kunst zelf centraal.

De kunstenaar wilde de kijker 'innemen' in zijn werk en als bezoeker bevindt je je via een stelsel van paden, gangen, en boven- en ondergrondse ruimtes letterlijk in de kunstwerken. De bouwsels, sculpturen en schilderingen in De Nollen benadrukken de schoonheid van een specifieke plek en hebben meestel maar enkele elementaire zaken als licht, contrast, materialiteit of oneindigheid als uitgangspunt. Het resultaat is heel zintuiglijk. Het gevoel van oneindigheid dat door de schilderingen in een oude bunker wordt bewerkstelligd, wordt benadrukt door een extreem smalle en donkere toegangsgang. De enige lichtpuntjes in de gang zijn de lampjes in de vloer bij enkele tredes, op de tast vindt de bezoeker de weg. In het werk van Van de Wint is de ruimtelijke ervaring teruggebracht tot een enkele essentie en velen van ons vonden De Nollen het hoogtepunt van de dag.

Na Den Helder leidden de verschillende TomToms ons via verschillende routes naar de Stolpbrug (1997) bij St. Maartensbrug. Hier legde de maakster, kunstenares Joke Zaal, ons uit dat ze zelf het idee had gehad om ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de omliggende polder niet al het geld enkel te spenderen aan 'zakloopwedstrijden' maar om ook iets permanents op te richten als blijvende herinnering. De brug is meer dan een verbinding over het water. Het is ook een rustpunt en ontmoetingsplek met weids uitzicht over het polderlandschap. Als een open paraplu staat boven de brug het skelet van de vernuftige constructie van een traditionele stolpboerderij dat enkel wordt gedragen door 4 kolommen. Het is typerend voor deze regio maar normaliter onzichtbaar.

De volgende projecten die we gingen bekijken waren gemaakt door amateurs, mensen met een passie voor het maken van bouwwerken zonder hiervoor te zijn opgeleid. Deze werken staan nog verder af van de dagelijkse architectuurpraktijk als ruimtelijke kunst en het maakt ze daarom minstens zo verrassend en inspirerend. Het Kremlin in Winkel is opgebouwd uit al het materiaal dat Ger Leegwater gedurende zijn werkzame leven als metaalbewerker verzamelde. Met als enkel hulpmiddel een waterpas, en als inspiratie Barokke kunstwerken uit Italië, Frankrijk, en Rusland bouwde hij in zijn achtertuin een klein Kremlin. Door middel van betonnen constructies gegoten in mallen die eveneens zijn opgebouwd uit restmateriaal zijn de verschillende onderdelen met elkaar verbonden.

Chris en Bob maakten ook geen tekeningen bij het bouwen van de op klassieke architectuur geïnspireerde werken in hun Italiaanse folly tuin in Hoogwoud. Na het maken van een kleine proef in beton, waarbij de verhoudingen van een nieuw entablement opgebouwd uit standaard profielen uit de doe-het-zelf zaak werden getest, werd ieder bouwwerk stap voor stap opgebouwd. Aanleiding voor de werken waren soms puur praktisch van aard. Toen een grotere auto werd aangeschaft werd de garage omgebouwd tot Griekse tempel, en voor de maaimachine verscheen op een gegeven moment een nieuw prieel.

De dag werd afgesloten bij het nieuwe woonhuis van Maarten en Jetty Min. Dit was natuurlijk geen folly, maar wel net als voorgaande werken een project met een hele persoonlijke inslag en ongebruikelijke materialen. Het huis vervangt de bestaande woning op dezelfde plek, waardoor de bewoners vooraf precies wisten waar ze welke ruimte wilden maken en waar welke uitzichten. Dit resulteerde in een bijzondere vorm die werd afgeschuind aan de zijde waar de buren geen groot gebouw naast zich dulden. Duurzaamheid was een uitgangspunt voor de materiaalkeuze, maar hierover onstond wel discussie. Onbehandelde boomstammen zijn weliswaar duurzaam, maar de grote ruimte over meerdere verdiepingen waarin zij stonden was dat toch beduidend minder.

De projecten die we op deze dag hebben bekeken bieden een verrassende kijk op meestal gangbare zaken. Wat opvalt aan de werken die door kunstenaars en amateurs zijn gemaakt is de grote persoonlijke betrokkenheid. De enige aanleiding om ergens iets te realiseren is vaak enkel de passie van de maker zelf. De hands-on manier van werken leidt tot een inventieve toepassing van materialen. Voor kleine decoratieve elementen van beton wordt bijvoorbeeld glasvezel als wapening gebruikt, als mal blijken verkeerskegels heel geschikt. Wat in het bijzonder naar voren komt bij deze follies is het plezier in het bouwen zelf. Iets wat in de dagelijkse architectuurpraktijk door de vele regelgeving, moeizame bouwprocessen en verregaande standaardisatie vaak verloren dreigt te gaan.

Het was een zeer geslaagde Villa AetA, met dank aan Fridjof voor de organisatie, alle mensen die ons overal zo enhousiast hebben rondgeleid en Chris en Bob voor de versnaperingen.

Sjoerdieke Feenstra

Laatste publicaties