Verslag VillAetA: Architectuur voor eigen gebruik

Op 17 maart was VillAetA: Architectuur voor eigen gebruik. Een bijzondere excursie langs de eigen, zelf ontworpen, woonhuizen van architecten. Alex Jager, Anne-Lot Haag en de onlangs overleden Johan Schepers hebben het verslag geschreven. Ossip van Duivenbode maakte de foto's.

Met een strakblauw gezicht straalde de hemel me 's ochtends tegemoet, op de fiets echter is het frisser dan voorzien. In de herfst van de winter ploeg ik zonder sjaal over de uitgestrekte Erasmusbrug richting mijn eerste AetA excursie: een thuiswedstrijd. Naar later uit het programma zou blijken stonden maar liefst 8 woningen op het dagprogramma, te beginnen bij de in 1998 opgeleverde woning van Joke Vos.

Woning Joke Vos

Dochterlief Lotte was om 7 uur opgestaan om in overvloed de werkelijk overheerlijke brownies te bakken, waar de circa 30 excursiedeelnemers zich vanaf half elf dan ook collectief te goed aan doen. De vroege architectonische indrukken worden opgedaan onder het genot van een geurend kopje Ristretto of Volluto en de algehele sfeer is buitengemeen gemoedelijk.

Joke vertelt in het kort over haar woning, één van de ongeveer 90 door haar bureau in 1996 ontworpen projectwoningen in de wijk Stadstuinen. Drie rijtjes zijn aan het water gesitueerd en 6 rijtjes staan er dwars op. De woning van Joke staat aan het water. Bij het ontwerpen van de woningen heeft Joke telkens zichzelf voor ogen gehad: architectuur is immers pas goed genoeg als je er zelf achter staat.

De 150 vierkante meters zijn verdeeld over 4 bouwlagen, de beukmaat werd op uitdrukkelijk verzoek van Joke opgeschroefd van 4,2 naar 4,5 meter. De onderste bouwlaag is 12 meter diep, de lagen erboven 9. Zo ontstaat als vanzelf een dakterras dat bovendien nodig is om te vluchten in geval van brand. Je springt dan vanaf de derde verdieping op het dakterras, en vanaf daar naar beneden. Voor 1998 deden ze nog niet zo moeilijk over 2 × 2 gebroken enkels.

Om de woning binnen te komen moet je 4 treetjes omhoog. De beperkte hoogte van de vestibule wordt direct daarna gecompenseerd door een vide die de begane grond verbindt met de eerste verdieping. De dagelijkse leefruimten staan op deze manier informeel met elkaar in verbinding, zodat de organisatie van de woning compact aanvoelt. Aan de vide ligt tevens de open trap, het organiserend element van de woning. Verder doorlopend daal je twee treetjes af om in de woonkeuken te komen, die daarmee een prettige vrije hoogte krijgt en visueel doorloopt in de tuin. De doorgaande berging vormt daarvan de beëindiging, zodat je eerder kunt spreken van een grote patio dan van een kleine tuin.

Op de verdiepingen dicteert de trap de verschillende verblijfsruimten, de beperkte beukmaat heeft Joke aangezet tot het ontwerpen van dwarsslaapkamers over de volle breedte. Op zolder tenslotte stuit ik op een eenzaam achtergebleven tekentafel. Joke heeft daarop toch maar een fraaie woning voor zichzelf getekend. Door beperkingen te concipiëren als uitdaging kon een projectwoning-op-maat ontstaan met kwaliteit, en daar hebben alle buren al jaren plezier van.

Om 11 uur sharp richt Herman de Kovel het woord tot de mijmerende en homogeen over de verdiepingen verspreide architecten. Hij licht kort het dagprogramma toe, en maant vervolgens eenieder om zich zo langzamerhand naar de gereedstaande touringcar te begeven.

Woning Joost Kühne

Hoe anders de woning van Joost Kühne, waarbij zijn voorstellingsvermogen schijnbaar de enige beperkende factor was.

De buschauffeur had de bonte zwartgekleurde menigte even tevoren afgezet op de Witte de Withstraat. Zijstraatje in, en daar troffen we een huzarenstukje vermomd als onopvallende stadsreparatie. De stedelijke wand werd vervolmaakt door toevoeging van een 54 meter breed gebouw, bij een diepte van overwegend slechts 5 meter.

In feite was er sprake van een onmogelijke plek: een parkeerterreintje midden in het centrum. Joost bemachtigde de luchtrechten voor onbepaalde tijd van de eigenaar en bouwde deels boven de bestaande parkeerplaatsen, die hij bovendien en passant voorzag van een hek. Iedereen blij. Over de aldus ontstane parkeerplint heeft hij nog nooit kritiek gekregen. Kritiek in de vorm van bezwaarschriften tijdens de procedure heeft hij met succes gepareerd en de schrijvers ervan waren blijkbaar zo overtuigd van Joosts repliek dat ze hem inmiddels voor hun eigen kar gespannen hebben.

Na het bewonderen van de 6 brievenbussen (woning Joost, bureau Joost, bureau Edwin Prins, bureau Duyllaat&Co, werkplaats en 1 reserve) en zijn (meubel) werkplaats op de begane grond nemen we het trappenhuis. Wat opvalt is de combinatie tussen grove materialen en plaatselijke verfijningen of verbijzonderingen. De simpel gelaste balustraden en leuningen zijn overal consequent toegepast en voor een kunstwerk in het trappenhuis is een geprefabriceerde betonsparing opgenomen.

Het bureau van Kühne&Co bevindt zich op de eerste en tweede verdieping. De uitgestrekte en vrijwel compartimentloze vloeren staan met elkaar in verbinding. Prominent zijn de betonnen portalen die de ruimten geleden en de volledig glazen gevel aan de straatzijde. In combinatie met de leistenen vloer zou je een abominabele akoestiek verwachten, echter juist door de volledig dichte gevel uit te voeren in aluminium akoestische panelen 'type bedrijfshalletjes', is deze ver boven verwachting.

Gauw door naar het penthouse op de derde verdieping: 54 strekkende meter jongensdroom, te bereiken met trap… en lift!

In het diepere deel bevindt zich een slaapkamer en badkamer-met-wasstraat, waar je integraal wordt afgespoten. In de 54 strekkende meters bevinden zich achter elkaar study, entree, living en dakterras. Consequent in dezelfde materialisatie als het bureau en met een simpele en doeltreffende langsinrichting. Geen gordijnen, weinig planten. Een mannenhuis zonder weerga en tierelantijnen… grof maar fijn. En met op de vleugel een opengeslagen partituur van Chopin.

Woning Herman Kovel

Op deze mooie plek tegenover het Kralingse Bos bouwde Herman Kovel, na afbraak van een jaren ’50 bungalow, zijn eigen woonhuis. Een langwerpige doos met brede dakoverstekken tussen twee, ver buiten het huis uitstekende kopwanden. Voor het huis markeren deze wanden het privéterrein tussen woning en straat(berm), aan de achterkant sluiten de kopwanden het houten terras in dat over de volle breedte van het huis loopt. De sobere, vrijwel gesloten voorgevel wordt door de entreepui in tweeën gedeeld. Links daarnaast een lang, horizontale raam, de rechter helft gevat in wit stucwerk, de andere helft in hout, waardoor een kruisvorm ontstaat en het raam een grafisch element in de gevel wordt. Ook het gesloten rechter deel van de gevel is met hout bekleed. De achtergevel bestaat uit zeven, gevelhoge schuifpuien die kunnen worden afgesloten met zilverkleurige louvredeuren. Open staan deze haaks op de gevel en geven dan samen met het brede dakoverstek een mooie ritmering en beslotenheid. De kleuren zijn zowel binnen als buiten overwegend zwart of antraciet en wit. De helder georganiseerde plattegrond met woon- en slaapruimtes aan de tuinzijde en keuken en overige nuttige ruimtes aan de straatkant, heeft een mooie ruimtelijkheid, een prachtige lichtinval en lijkt hoger dan hij werkelijk is. Woonkamer eetruimte, keuken en werkkamer lopen in elkaar over, de werkkamer kan met een schuifdeur worden afgesloten. De lange horizontale raamstrook in de keuken kijkt uit op het Kralingse Bos. In een kleine prefab kelder is een warmtepomp geïnstalleerd die het huis ’s winters verwarmt en ’s zomers koelt. Door de traagheid van het systeem zijn verschillende dag- en nachttemperaturen niet mogelijk, waardoor het systeem toch wat minder energiezuinig is. Wel kan per kamer de temperatuur ingesteld worden. De tuin wordt aan de achterkant begrensd door een vrij hoge met bodembedekkers begroeide wal, hier en daar met cortenplaten in vorm gebracht. Dit talud is de noordrand van het gebied waar Rotterdam zijn oorlogspuin stortte, waarna hier, in de jaren ’50, aan Onderlangs en Bovenover bungalows gebouwd werden. We lopen door dit buurtje, met o.a. de verminkte woning van Herman Haan, naar het volgende object, dat veel overeenkomstige elementen blijkt te hebben.

Woning J.H. van den Broek

Van den Broek kocht het terrein voor zijn eigen woonhuis eind jaren’40 van de reder Goudriaan; eigenaar van het landgoed Ypenhof, waarop hij in 1928 door Kromhout een huis had laten bouwen.

De toegang tot het terrein van Van den Broek is de achteringang van het landgoed, een sierlijke ophaalbrug die een groot contrast vormt met het robuuste moderne huis. Ontworpen en gebouwd tussen 1948 en 1952 mocht het niet meer dan 3 kamers hebben, anders volgde, gezien de woningnood, verplichte inwoning. Het huis bestaat uit een langwerpig, twee verdiepingen hoog blok daar tegenaan, aan de noordkant, een kleiner vierkant blok van één laag met kelder en een doorschietende, gesloten kopwand aan de straatkant, die de dakoverstekken van het lage blok insluit. In dit blok bevindt zich de entreehal, de keuken en een spreekkamertje, mogelijk oorspronkelijk een dienstbodekamer. In het hoge blok loopt de gedeeltelijk twee verdiepingen hoge woonkamer over in eethoek en werkkamer en het slaapbalkon daarboven. Samen vormen ze een prachtige, ruimtelijke ruimte. Achter de werkkamer ligt de garage waarin Van den Broek zijn Amerikaanse slee met afgezaagde vinnen stalde. De werkkamer is met glazen schuifdeuren af te scheiden van de woonkamer. Op de verdieping een logeerkamer met eigen badkamer, een grote badkamer met rond betegelde hoek om de kop van het bad, kastenwanden en het grote slaapbalkon boven het lage deel van de woonkamer. Dit slaapbalkon sluit aan op een (buiten)balkon met stalen trap naar het terras. Het uitkragende betonnen balkon wordt ondersteund door twee ronde stalen buizen die aan weerszijden vloeiend overlopen in de V-vormige ondersteuning van dezelfde buizen. De hele zuidgevel is door middel van schuifdeuren, glas met houten omranding, te openen naar het grote terras en de achterliggende tuin met vijver. In het hoge deel van de woonkamer zijn de schuifdeuren twee verdiepingen hoog. De ronde, met beton gevulde stalen kolommen die daar het dak dragen zijn zonder bekleding in het interieur opgenomen. Vanaf het dakoverstek boven het terras dat wordt ingesloten door de doorlopende oostwand aan de ene- en het blok met garage en logeerkamer aan de andere kant, houdt een groot blauw zonnescherm de zon buiten. De gesloten noord- en oostwand van de woonkamer hebben elk een lang horizontaal raam. In de woonkamer staat een vrijstaande schoorsteen in schoon metselwerk van geglazuurde witte steen met een kleine gietijzeren (open) haard die dezelfde afmeting heeft als de schoorsteen. De begane grondvloer is van wit marmer, het vaste meubilair van gelakt hout, de wanden en plafonds zijn wit gepleisterd. De huidige bewoner, chirurg en uroloog Van Best kocht het huis in de jaren ’70 van Van den Broek en liet huis en tuin vrijwel volledig in originele staat.

Woning en bureau Maartje Lammers

Na 6 jaar Van Nelle fabriek verhuisde 24h-architecture een paar jaar geleden naar het voormalige Volkshuis aan de Hoflaan, een droomplek voor zowel bureau als woonhuis. Zonder interne verbinding en elk met een eigen ingang om werk en privé zo veel mogelijk gescheiden te houden. Dit pand uit 1875 was oorspronkelijk een school met 2 grote, hoge lokalen op de begane grond, idem op de verdieping en daarboven een grote zolder met Philibertspanten. Midden voor een torentje met entree en trappenhuis, midden achter het pand een uitbouw met wc’s. In 1921 is de school door Grandpré Molière verbouwd tot Volkshuis, waarbij links en rechts van de traptoren lage aanbouwen zijn gemaakt, onder roodpannen daken met hoog geplaatste boogvensters onder brede in schoon metselwerk uitgevoerde bogen, ook de entree is door Granpré op die wijze aangepast, een wonderlijke combinatie met de 19e eeuwse gevel daarboven. In de school heeft Granpré de scheidingsmuur tussen de lokalen naar links verplaatst, nu is dat de bouwmuur tussen woonhuis en bureau. Inmiddels was het Volkshuis totaal uitgewoond en is er 5 maanden verbouwd en zijn veel zaken weer in de oorspronkelijke toestand teruggebracht waaronder de hoge ramen in de achtergevel. Het grote rechter deel van het pand is bureau, hier zijn de oude klaslokalen duidelijk herkenbaar, ook de zolder is in gebruik genomen en het trappenhuis vernieuwd in hardhout op stalen bomen en (nog niet zo strak gespannen) dunne staalkabels die de rondhouten leuning ondersteunen. Links het woonhuis; door vides aan te brengen in de tussenvloeren uit de Volkshuis tijd, is een splitlevel ontstaan, een mooie over drie lagen doorlopende ruimte, waarin beneden de keuken, op het volgende niveau de eetkamer en daarboven de woonruimte. Daarboven een slaapverdieping en op de zolder het domein van tienerdochter Maria. Het zou te ver voeren alle toegepaste materialen te beschrijven, alleen al de trapleuningen in het woonhuis zijn van gefigureerd multiplex of gespannen dunne staalkabels of van berkenstammetjes en soms is er helemaal geen leuning. Het antraciet granito-achtige aanrechtblad buigt naar beneden om dan op tafelhoogte verder te gaan. Prachtig is het zelf ontworpen behang met een patroon van ronde plaatjes (waaronder familiefoto’s in het woonhuis en in het bureau: gebouwen, materialen en structuren) op grote herfstbladen als achtergrond. Tot slot wandelen we door haar buurt die eind 19e begin 2oe eeuw werd aangelegd op de grond van park Honingen. Eens stond hier een 13e eeuws slot dat in de 80-jarige oorlog ten onder ging. Rond de vijver werd begin 20e eeuw de Wagnerhof aangelegd door ondernemer en Wagner-fan J.E. Dulfer. Hij kocht er Villa Nuova, doopte dat om in Villa Wagner en liet op een deel van de bijbehorende grond vijf dubbele villa’s bouwen met de Wagneriaanse namen: Tanhäuser, Lohengrin, Wotan, Walküre, Rheingold, Siegfried, Parsifal, Tristan, Isolde en Rienzi (dat laatste is onlangs verbouwd door 24h-architecture).

Tot slot stond een bezoek aan de woning van Roel Bosch, een woonhuis ontworpen door Paul de Vroom en Paul’s eigen huis op het programma. Ard Buijsen schrijft dit deel van het verslag.

Wordt vervolgd dus.

Laatste publicaties