Verslag VillA Amsterdam : Marina Roosebeek

In Club Canvas, op het dak van het Volkskrant gebouw, met een fantastische view op de Wibautstraat en de stad, geeft Jeroen Schilt ons een blik op de geschiedenis van de Wibautstraat. Op de plankaart van 1934 van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, is de straat al ingetekend. Het duurde tot 1940 voor het eind punt van de drukke spoorlijn Utrecht Amsterdam en de Gooise stoomtram, het gebouwencomplex van het kopstation Weesperpoort aan het Rhijnspoorplein als barrière bij het Weesperplein gesloopt werd.

Het zou nog tot de vijftigerjaren van de vorig eeuw duren eer de eerste grote kantoorgebouwen, de raad van Arbeid en het kantoor van de belastingdienst werden opgeleverd. Het bebouwingspatroon van de straat was uitermate grillig. Geen gevelwand te vinden die haaks of evenwijdig met de geplande as van de straat liep. Hoewel het oorspronkelijk plan van van Eesteren niet gerealiseerd is, heeft de hoofdopzet lang stand gehouden, alle bouwplannen werden door van Eesteren beoordeeld en soms naar de prullenbak verwezen. De door Jeroen verschafte cultuur historische onderlegger is ook in het huidige patroon nog herkenbaar.

Het thema van de dag Hoe zo een monument? brengt ons bij het eerste monument: de lts patrimonium uit 1956 van architecten J.B. Ingwersen en C. de Geus. Jurjen van Beek van Wessel de Jonge architecten leidt ons rond en geeft een toelichting op de restauratieplannen, die juist op dit moment weer ter discussie staan omdat het gebouw in andere handen is overgegaan. Voor dit Corbusiaanse schoolgebouw met zijn betonnen pijlers en kenmerkend betonnen gevelraster is een restauratie plan ontwikkeld, gebaseerd op onderzoek dat het karakter van dit gebouw aan de Wibautstraat moet versterken. De authenticiteit van het gebouw is voelbaar. Een rijksmonument, met bij behorende bescherming.

Op de fiets verder naar roeivereniging de Hoop, een gebouw uit1952 van architect A. Komter. Geen monument, maar zeker een monumentwaardig gebouw door zijn ligging en architectonisch ontwerp. Het gebouw is kortgeleden stevig gerenoveerd, het kenmerkende metselwerk is vervangen en er is een volume aan de waterzijde toegevoegd als uitbreiding. De uitbreiding is niet ongepast, maar het vervangen van de oorspronkelijke materialen doet toch afbreuk aan het gebouw uit de vijftiger jaren. Op weg naar Jeruzalem, nog een korte stop in de derde Oosterparkstraat, waar architect Roel van Neck ons rondleidt langs een aantal panden, die van slopershamer gered zijn. De panden zijn gedeeltelijk vernieuwd, maar de gevels zijn in de oorspronkelijke staat hersteld. Al met al zeker een geslaagde poging om het straatbeeld zijn authentieke, negentiende eeuwse karakter te laten behouden.

De volgende stop op deze fietstocht is Jeruzalem, de naam die de Amsterdammers gaven aan het witte complex geïndustrialiseerd uitgevoerde duplex woningen in tuindorp Frankendaal, is voor een deel rijksmonument geworden en ander deel zal worden gesloopt voor nieuwbouw. De cultuurhistorische betekenis van tuindorp Frankendaal schuilt in het samengaan van een bijzondere stedenbouwkundige ontwikkeling, een zorgvuldige groenaanleg en interessante volkshuisvestelijke en architectonische aspecten. Jos Kroon, architect bij Hooijschuur architecten legt uit hoe het bouwsysteem Dotremont-ten Bosch, waarmee de woningen, zijn gebouwd is samengesteld en hoe met handhaving van dit systeem een nieuwe schil met de zelfde uitstraling als de oude, maar met betere condities van de bouwfysische aspecten kan worden verkregen.

De monumentale waarden van het bouwsysteem, de stedenbouwkundige opzet en de groenaanleg blijven op die manier overeind. De gevel is een onderdeel dat verbeterd en vervangen wordt.

Op naar het laatste pand: het Renault gebouw, hoofdkantoor van Renault Nederland en ontwerp van architecten W.S. van der Erve en R. van der Heyden uit 1957. Na het vertrek van Renault heeft de Financieel Dagblad mediagroep het gebouw herontwikkeld voor de FD krantenredactie, BNR nieuws radio, Sportcity en restaurant Dauphine. Fred Bakker, oud hoofdredacteur en verantwoordelijk voor de herontwikkeling van het gebouw leidt ons rond.

We zien een redactie ruimte van 200 werkplekken, waar je met de auto voor kunt rijden in de parkeergarage, de radio redactie en -studio en de kruisbestuiving met restaurant Dauphine, waar veel laptopwerkers zitten. De combinatie heeft het gebouw tot een geslaagd voorbeeld van herontwikkeling gemaakt. Ondanks dat het gebouw geen monument is, levert het een dynamische bijdrage aan deze plek in de stad.

Onder de borrel bij Dauphine stof genoeg voor debat. Monument of niet ? dat is de vraag. Wanneer is het belangrijk het monument bescherming te geven (en wat bescherm je dan?) en wanneer is herontwikkeling van een gebouw het belangrijkste? Zonder monumentale bescherming, maar met veel inzet is het Renault gebouw een geslaagd experiment geworden. We wachten met spanning op de resultaten van de restauratie en vernieuwing van tuindorp Frankendaal, in de hoop dat het met z'n witte gevels en platte daken herkenbaar zal blijven als Jeruzalem.

Laatste publicaties