Verslag Het Gesprek: de rol van de architect

De rol van de architect.

De prachtige ruimte voor de discussie beschikbaar gesteld door Jan en Francisca Benthem.

Gespreksleiders Cees Brandjes en Martijn Blom.

De wereld rondom de architect is fors veranderd en wat is daarop ons antwoord? De complexiteit van opgaven, processen en opdrachtgeverstructuren veranderden het laatste decennium. De rol die de architect vervult, kan vervullen of wil vervullen is veel pluriformer geworden. Is de architect een adviseur, een generalist, een activist, een onderzoeker, een strateeg, een schrijver, een bouwer, een vakman, een initiator en ontwikkelaar, de bondgenoot van de opdrachtgever, het morele geweten van de opgave ....?

De centrale vragen die we voor de thema-avond hebben gesteld:

  1. Voor wie bouw je? Welke rol spelen architecten?
  2. Heeft een veranderende wereld daar invloed op?
  3. Ontstaan er nieuwe rollen?
  4. Wat zijn je drijfveren?

De discussie van de avond wordt ingeleid door drie architecten die ieder vanuit hun persoonlijke invalshoek en passie de rol van de architect benadert. Deze 'vertolkers' zijn:

Jeanne Dekkers, Jeanne Dekkers Architectuur - de architect als bouwend kunstenaar

Joris Deur, ZZDP architecten - de architect als ondernemer

Jan Jongert, 2012 architecten - de architect als 'Superuser'

De architect als bouwend kunstenaar - Poëtisch ingenieursschap

Jeanne Dekkers noemt 'poëtisch ingenieursschap' als uitgangspunt voor haar rol als architect. Maar het is belangrijk, vertelt ze, om eerst de techniek te beheersen. Je moet kennis hebben van de constructie, van de materialen ... Na de techniek komt het 'spelen', dan kan de poëzie ontstaan. Jeanne vindt dat het gebouw een ding, een object moet zijn; een sterk beeld met een eigen expressie. Dat betekent dat je jezelf voorafgaand aan het ontwerpen, behalve natuurlijk de vraag van de opgave, ook vragen moet stellen zoals:

Wat moet het beeld zijn van het gebouw?

Hoe moet het gebouw communiceren met de omgeving, met de gebruikers, met de geschiedenis van de plek?

Wat valt er te ontdekken, te vinden op de plek waar het gebouw komt te staan?

Uit dit soort inhoudelijke vragen ontstaat de vorm als een levend organisme. Je moet net zolang zoeken tot het goede beeld is ontstaan. Bij die zoektocht is schetsen voor haar een belangrijke tool. Behalve een sterke vorm moet het gebouw een ziel hebben. En die ziel wordt voor een groot deel gevormd door de gebruiker.

Als voorbeeld van een gebouw met een sterk beeld en met een ziel laat Jeanne het door haar ontworpen gebouw zien van het nieuwe Opleidingsinstituut voor Zorg en Welzijn van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Met de gekromde baksteenwanden is het gebouw een duidelijke verwijzing naar de architectuur van de Amsterdamse School. Maar de zachte vorm sluit ook mooi aan op de aard van de opleidingen. Binnen in het gebouw is een verrassend spel met kleuren te zien. Die kleuren zijn ontstaan uit de theorie van de kleurenleer waarbij bepaalde kleuren bepaalde identiteiten kunnen genereren.

Tot slot toont Jeanne een foto de Grote Moskee gelegen in de stad Djenné in Mali. Ook de moskee, een indrukwekkend voorbeeld van de traditionele Afrikaanse leemarchitectuur, is een gebouw met een sterk beeld dat is ontstaan onder invloed van de omgeving, klimaat, geschiedenis, gebruikers en aanwezige materialen.

De architect als ondernemer - Ondernemen en Passie

Hoe staat de architect Joris Deur in het leven? Joris geniet van het leven als architect. Door zijn werk ontmoet hij leuke, interessante mensen, komt op boeiende plekken, krijgt de kans mooie gebouwen te maken en verdient er ook nog geld mee.

Hij is trots op de schouders te staan van zijn roemruchte voorgangers: Piet Zanstra en Peter de Clerq. Hij vertelt dat, volgens hem, iedere architect een toren wil ontwerpen. Piet Zanstra ontwierp de Shell toren, Peter de Clerq de Rembrandttoren en Joris zelf de Haagsche Zwaan. Voor Joris zijn ondernemen en passie de keywords voor zijn rol als architect. Hij vertelt met passie en trots over Piet Zanstra die in 1934 atelierwoningen ontwierp en zelf ontwikkelde. Zanstra had idealen, had lef en was super controversieel. De manier waarop Zanstra en de Clerq als architect hun werk deden: mensen bij elkaar brengen, torens ontwerpen, gewoon iets doen, gaan met die banaan!

Kijk dat spreekt Joris aan. Passie en ondernemen, daar draait het om. De passie van Zanstra was kunst, van de Clerq geld en de passie van Joris is voetbal!!! Joris verwijst naar Herzog en de Meuron. Dat zijn voetballers en die hebben, volgens Joris, vanuit en door hun passie voor voetbal, de opdrachten voor het Olympisch Stadion in Beijing en het stadion van Portsmouth gekregen. Gaan met die bal!!

De architect als Superuser - Bouwen met afvalmateriaal uit de buurt

Jan Jongert van 2012 Architecten doet onderzoek naar stromen die onze steden bevoorraden. Hij onderscheidt drie stromingen:

  • fysieke stromen (materialen, voedsel, water en ook energie)
  • informatie stromen
  • strategische stromen

Jan vertelt dat de steeds groeiende fysieke stromen losgekoppeld zijn van de plek waar ze gecreëerd worden en zo bijdragen aan ongelimiteerd transport, filevorming, energieverlies en verontreiniging. Hergebruik van materialen bevordert de uitwisseling tussen bestaande stromen door het leggen van slimme verbindingen. Het doel is steden te transformeren in ecosystemen. Superuse is het systeem waarin alle kennis over de stromen, de verbanden en het bouwen met afvalmateriaal is verzameld.

Bij het ontwerp wordt gewerkt met zogenaamde oogstkaarten. Grote landkaarten worden gemarkeerd met foto's waar een partij restmateriaal te vinden is. Zo kijken ze naar de mogelijkheden van de omgeving, de grondsoort, de gebouwen die er staan en afval dat in de buurt te verkrijgen is. Met die gegevens in gedachten wordt een passend ontwerp gemaakt. Het doel is de materialen zoveel mogelijk uit de buurt te halen en zo weinig mogelijk energie te gebruiken. De gebruikte spullen worden zo onderdeel van een nieuw bouwproces.

Als voorbeeld laat Jan de Villa Welpeloo in Enschede zien. De staalprofielen van het skelet van dat huis bestaat voor 90% uit ijzeren onderdelen van een afgedankte machine uit een textielfabriek in de buurt. De gevel is bekleed met hout van 300 gedemonteerde kabelhaspels. De lift binnen is de vroegere bouwlift die was gebuikt tijdens de constructie van het staalskelet. Kastjes en lades zijn gemaakt van bouwborden en de lichtarmaturen zijn opgebouwd uit paraplubaleinen.

Uit de discussie kwam naar voren dat de rol van de architect is:

  • Leren van de (fouten van) de geschiedenis
  • Onderzoek doen naar nieuwe materialen, nieuwe manieren van bouwen
  • Kennis nemen van sociaal/maatschappelijke ontwikkelingen
  • Opgedane kennis delen
  • Goed kijken naar (de geschiedenis van) de plek, de toekomst, de gebruikers
  • Kritische vragen stellen
  • Op zoek gaan naar de opgave en die helder formuleren
  • Het goede antwoord geven op de goede vraag
  • Motivatie halen uit de mensen die architectuur gebruiken
  • Zich niet in de verdediging laten drukken
  • Zelfbewust en met kennis verantwoordelijkheid nemen
  • Duurzaam bouwen
  • Gebouwen maken waar mensen graag zijn

Leve de architect!

Laatste publicaties