Verslag Cemeteries of The Great War

Dag 1: het Straus-Kahn effect, het Antwerpse museum van Neutelings, Ciriani en Lutyens hebben niets met elkaar gemeen. Of toch wel?

09.00 uur. Vertrek aan de achterkant van Rotterdam CS. Voor de deelnemers aan deze studiereis is duidelijk wat de achterkant van het station is. Maar voor de chauffeur kennelijk niet! Geen paniek, na wat getelefoneer -waar zouden we zijn zonder smartphone- weet de chauffeur ons te vinden en met enige vertraging kan de reis dan toch beginnen.

In de bus heet Rens Schulze iedereen welkom en meldt dat er vier afmeldingen zijn: allen vrouwelijke deelnemers. Zou dit het ' Straus-Kahn' effect zijn denk ik, maar deze suggestie wordt door mijn reisgenoten van de hand gewezen: deze vrouwen staan hun mannetje hoor! Antwerpen komt in zicht en het nieuwe museum van Neutelings is goed te zien vanaf de snelweg. Op zich ook interessant, maar daarvoor zijn we dit weekend niet gekomen.

Waar we wel voor zijn gekomen is onder meer het museum Historial de la Grande Guerre, ontworpen Ciriani, in de plaats Peronne. In dit Noord Franse stadje met ca. 8.000 inwoners is de eerste stop. Inmiddels is het lunchtijd en zoals naar verluid wel vaker bij AetA reizen neemt eten en drinken een belangrijke plaats in.

We prijzen ons gelukkig Ton van Namen in ons midden te hebben , die zich ontpopt als een heuse wijnexpert. Dit resulteert in een goed glas droge witte wijn, door de meesten gecombineerd met een prima plat du jour van vis.

Het museum is gesitueerd in een citadel, welke 20 jaar geleden onder architectuur van Henri Ciriani is uitgebreid met een aanbouw van voornamelijk licht schoonwerk beton en glas.

Het interieur maakt een zeer lichte indruk door de voornamelijk witte wanden en plafonds, gecombineerd met houten vloeren. Het museum kent een chronologische volgorde om de bezoeker te informeren over de oorlog 1914-1918.

Foto, film, schilderijen en diverse materialen zoals uniformen schetsen een beeld van de gruwelijke situaties aan het front van deze loopgravenoorlog.

Al met al een goede opmaat voor het eerste bezoek aan een begraafplaats van Lutyens die daarop volgt: Beaulencourt. Deze begraafplaats licht langs een rustige, provinciale weg verscholen in het Noordfranse coulissenlandschap. De lucht strak blauw, de geur van vers gemaaid gras en kruiden. Vogels die fluiten. En verder een serene stilte.

Jeroen Geurst geeft uitleg. De begraafplaats toont enkele kenmerkende elementen zoals de ' warstone' van witte natuursteen, de muren om de begraafplaats, witte muurafdekkers. Een duidelijke entree, banen van wit natuursteen in het gras die een scheiding maken tussen publieke ruimte, semi-publieke ruime en de private ruimte van het kerkhof. De grafzerken, ook weer van witte portlandstone, die een universeel toepasbare vormgeving kennen, zodat ze voor mensen van verschillende geloofsovertuigingen gebruikt kunnen worden.

Het klinkt gek, maar door velen van ons wordt de begraafplaats ervaren als een prettige en mooie plek om te vertoeven, met rust en sereniteit. Zeker in combinatie met het fraai verzorgde gras en de kleurige beplanting zoals rode rozen en gele brem. Een fraai stukje Engeland in Frankrijk. Een schril contrast met de foto's van het front zoals eerder gezien in het museum, onwerkelijk bijna.

Less is more volgens Mies van der Rohe, maar dit geldt niet voor het aantal te bezoeken begraafplaatsen van Lutyens. Er volgen er nog meer: Favreauil, H.A.C., Croisille, Monchy. Allemaal begraafplaatsen die ook in het boek worden beschreven.

Bij deze laatste begraafplaats heeft Lutyens een fraaie boog als portaal bij de ingang toegevoegd, welke prachtig in lijn staat met de warstone en een tweede boog.

Aan het eind van de dag rijdt de bus in hoog tempo met de opgewonden want in Lutyens-extase verkerende architecten naar Arras. Want extase of niet, zo langzamerhand wordt het tijd het hotel op te zoeken om vervolgens de inwendige mens te verzorgen. Even opfrissen in Hotel 3 Luppars en dan snel door naar restaurant La Rapiere, aan de overkant van het plein in Arras.

Het eten smaakt eerlijk gezegd wat minder maar de vloeibare victualiën, het pression CH'TI en een vin rouge waarvan ik de naam mogelijk als gevolg van het nuttigen hiervan heb vergeten, smaken prima. Daarbij is de sfeer goed onder de nu weer ontspannen keuvelende architecten. En dat is fijn want het gaat tenslotte ook om de gezelligheid, nietwaar? Gezellig wordt nog gezelliger in de Franse kroegen die daarna door de harde kern worden bezocht. De in het restaurant opgedane bierkennis proberen we bij het eerste café direct in de praktijk te brengen door een biertje van het merk CH'TI te bestellen. Maar de barkeeper wijst trots op de Heineken biertap. Vooruit dan maar.

We hadden Ton van Namen al tot vinoloog benoemd, maar één ding was duidelijk: er ontbrak nog een bierkenner. Dat die zich de volgende dag in de vorm van Rein Geurtsen zou aandienen, wisten we toen echter nog niet.

Dag 2: monumenten en nog meer begraafplaatsen, Lodwijk Baljon moet aan de bak, wat paginanummers in het boek van Jeroen gemeen hebben met een menukaart van de Chinees en de last post

Na een goede nachtrust en een echt Frans ontbijt met cafe au lait en het onvermijdelijke croissantje met jam vertrekken we om negen uur stipt. Het gezelschap is inmiddels uitgebreid met Rein Geurtsen en partner Jacqueline.

De eerste stop vandaag is bij het monument 'Arras Memorial to the Missing & Arras Flying services memorial.' Wederom een ontwerp van Lutyens. Aan de buitenzijde van het monument is gewerkt met oranje-rode boomse baksteen, gecombineerd met wit natuursteen.

Dit keer staat het ' cross of sacrifice' dat we al eerder hebben gezien op de begraafplaatsen, aan de buitenkant van het monument, direct langs de wegkant. Eenmaal binnen blijkt het monument te bestaan uit een soort kloostergang, waarin de namen van 35.000 vermiste soldaten zijn opgenomen. De kloostergang is open naar de begraafplaats toe.

Het monument is later toegevoegd aan de begraafplaats en het is knap dat Lutyens beide elementen toch tot een bepaalde eenheid heeft weten te smeden.

Vervolgens gaat ons gezelschap weer verder, we reizen van begraafplaats naar begraafplaats. Le Corbusier heeft slechts één kerkje, maar Lutyens heeft wel 140 begraafplaatsen!

We stellen Jeroen veel vragen, maar inmiddels ziet ook Lodewijk Baljon zijn rustig weekendje Frankrijk in rook opgaan. De landschapsarchitect wordt het hemd van het lijf gevraagd en het kan niet anders of de deelnemende architecten zullen straks als heuse botanische experts terugkomen in les Pays Bas.

De magen beginnen weer te knorren en dus wordt onderweg gestopt voor een lunch bij Hotel de la Paix in het Franse plaatsje Albert. Rein voorziet een ieder van het passende bieradvies. Ton proeft dit keer niet alleen de wijn maar coördineert tevens de keuzemenu's. Handenopstekend worden de bestellingen doorgegeven aan de lachende dames van de bediening. Deze studiereis begint verdacht veel op een schoolreisje te lijken!

Het tempo wordt opgevoerd en de bus kan bij lang niet alle begraafplaatsen stoppen. Maar geen nood, in het boek zijn deze begraafplaatsen wel opgenomen en de betreffende paginanummers worden in de bus regelmatig omgeroepen, als ware het een bestelling bij een Chinese restaurant thuis in Holland.

's-Middags doen we een van de belangrijkste Britse monumenten in Frankrijk aan: Thiepval Anglo-French Cemetry & Memorial.

Dit monument herdenkt de slag bij Somme waarbij 60.000 soldaten niet terugkwamen van het slagveld. Aan Lutyens de opgave een monument te maken waarop alle namen vermeld konden worden. Er ontstaat een discussie of dit een mooi of lelijk ontwerp is, maar we komen er niet uit. Indrukwekkend is het in ieder geval wel.

Een ander indrukwekkend monument is het Australian National Memorial Villers-Bretonneux Military Cemetary met een imposante uitkijktoren en prachtige details die Lutyens in het ontwerp heeft verstopt, zoals kleine klokjes die refereren aan zijn tijd in India. Ook hier worden baksteen en wit natuursteen met elkaar gecombineerd.

We eindigen de dag in Ieper met het bijwonen van de last post die daar elke avond om 20.00 uur wordt gespeeld ter nagedachtenis aan de gevallenen in de eerste wereldoorlog. Na een fantastische maaltijd van voornamelijk beenhammetjes in restaurant ' in 't kleine Stadhuis, wordt het centrum van Ieper onveilig gemaakt. Moe maar voldaan rollen we na middernacht in ons bed, dat staat in het Novotel in het centrum van Ieper. Op naar de derde en laatste dag van dit mooie drieluik. dat geschreven zal worden door jacqueline

Marc Mattijssen

 

 

Dag 3: over niemandsland, een herinneringspark, proefkonijnen en Vlaamse reuzenboterhammen.

Zondagochtend blijven we in de buurt van Ieper en cirkelen rondom ontwerpvragen over een Herinneringspark in dit landschap van de Grote Oorlog. Jeroen en Lodewijk werken aan het masterplan voor dit park en zoeken naar middelen die de cruciale rol van het landschap in WO-I opnieuw voelbaar kunnen maken. Hoe kijken bezoekers naar dit landschap? - wij zijn vandaag een soort proefkonijnen.

We starten in het plateau-landschap ten oosten van Ieper. Dit is de zogenaamde Ieperboog, een uitstulping in de westelijke gevechtslinie. Ieper is nooit in Duitse handen gevallen, maar na vier jaar van heen- en weer bewegingen tussen Duitse en geallieerde troepen, was de stad totaal verwoest en was de Ieperboog omgewoeld, kaalgeslagen en getekend door loopgraven, bunkers en bomkraters. Vergelijking van luchtfoto’s uit 1914 en 1918 geeft een onthutsend beeld van deze totale destructie. Het gebied is opnieuw ingericht na de oorlog. Het is een vrij vlak open akkerland met verspreid daarin wederopbouwboerderijen, veelal door enorme, recent gebouwde, schuren ontsierd. De torenspits van de St Maartenskerk, boven de plateaurand uitstekend, is een markant oriëntatiepunt op Ieper. Maar het beeld wordt gedomineerd door een grootschalig bedrijventerrein en een windmolenpark. Daarbij is het weer vandaag winderig en kil, met zware grijze luchten.

We bezoeken een miniatuur Britse begraafplaats in het voormalige niemandsland tussen de Duitse en de geallieerde linies. Het gesprek gaat over hoe je hier plekken met elkaar kunt verbinden en ook de minder voor de handliggende highlights van de oorlog in een netwerk kunt opnemen. En over de taaiheid van het overleg met de vijf betrokken gemeentes, die eigenlijk allemaal hun plan al hebben getrokken.

De bus voert ons langs het abrupte einde van de A-19, die volgens plan vanaf Kortrijk zou worden doorgetrokken naar de kust; dwars door het noordelijke deel van de Ieperboog. Hier ligt een enorm grondlichaam; een nooit voltooid viaduct. Het is een historische site, zo hebben Lodewijk en Jeroen ontdekt. Want hier is in de jaren ’60 de verlenging van de A-19, dwars door de Ieperboog, een halt toegeroepen door verzet vanuit de bevolking. Een memorabele heuvel, die perfect als uitzichtplek aan de rand van het veelbevochten niemandsland zou kunnen gaan fungeren.

In het gebied ligt ook de Duitse begraafplaats Langemark; een van de vier die na de oorlog zijn ingericht. Hier een ommuring met een halfhoge wal, bekleed met gras en keien, en een massief ogend granieten entreepaviljoen. In de entree-as van het paviljoen ligt een massagraf, dicht omringd door een carré van granieten platen waarin de namen van de 25.000 gesneuvelden gegraveerd zijn. Daaromheen, onder een ruisend dak van zware eiken, een weide met rijen platte, grijs-granieten stenen, waarin telkens meerdere namen zijn gegraveerd (nog eens 20.000 gesneuvelden).

deze beschaduwde weide kijk je rondom, over de muur heen, naar het licht boven het omringende akkerland. Een heel verstilde plek; een zwaar soort stilte in vergelijking met de sereniteit van de Engelse rustplaatsen.

Je realiseert je ineens een bijzondere kwaliteit van de Lutyens-cemetries met hun staande grafstenen; scherp aftekenend in het licht. De kleurrijke, uit solitaire planten gecomponeerde borders die de eindeloze rijen begeleiden, geven het graf van elke soldaat een troostrijk soort individualiteit. Prachtig. Hopelijk zal Commonwealth War Graves Commission, die al deze begraafplaatsen onderhoudt, hierop nooit bezuinigen.

De bus voert ons vervolgens via een indrukwekkende laan van maple-bomen omhoog, naar het monument voor de Canadezen. Hier ligt het Sanctuary Wood, dat beschutting bood aan de geallieerde troepen. In een majestueuze bocht van de maple-avenue ontvouwt zich de volgende ’Lutyens’ voor ons: het Sanctuary Wood Cemetry. De situering op een helling, omarmd door de laan en gevat in de bosrand, heeft tot een prachtige waaiervormige compositie van graven geleid. Deze vouwt zich rondom een aslijn die vanaf het entreepaviljoen omhoog loopt, via de ’warstone’ en het ’cross’ naar een beschutte zitplek. Van hieruit kijk je terug naar het bos én naar de verte.

Die geënsceneerde route; bij elke begraafplaats weer uniek, want geënt op het landschap, is wel het meest sublieme aspect van Lutyens’ ontwerpen.

Na een Belgische koffie in een particulier museumpje, volgestouwd met oorlogsparafernalia, maken we een stevige wandeling over de Sanctuary Hill.

Al afdalend ontdekken we in een beschutte laagte de entreepoort van het Maple Cops Cemetry, geflankeerd door hoog oprijzende italiaanse populieren. Een kleine rechthoekige begraafplaats, omgeven door een verzonken muur en een gracht; de rand prachtig afgebiesd met de bekende lichte deksteen. Als je door de poort naar binnen gaat kijk je vrij uit over het gras en de weilanden, langs het kruis, op een gehucht in de verte. De onzichtbare omheining (de befaamde ha-ha uit de engelse landschapskunst) is een pragmatische oplossing die tegelijkertijd de landschappelijke kwaliteit van de plek expressief maakt. Vier groepen esdoorns markeren de hoeken van het veld. Subliem in zijn eenvoud, deze plek.

Het wandelen geeft ons gevoel voor afstand en reliëf in dit landschap. Het gebied dat we kruisen, langs hazepaadjes en tussen de koeien door, was in ’14-’18 niemandsland, zo vertelt Jeroen. Als je dat weet kijk je anders. Jeroen suggereert een bordje ’no mans land’ bij een hek dat we passeren. Verhelderend, vervreemdend en poëtisch.

Onze Sancturay Hill wandeling eindigt bij de Hooge Crater Cemetry, aan de drukke weg van Ieper naar Menem. De begraafplaats ontleent zijn naam aan het hevig bevochten en uiteindelijk verwoeste Hooge Kasteel. Een enorme bomkrater van 15 meter diep restte; nu een vijver in het amusementspark dat is opgericht op de voormalige kasteelgronden. De begraafplaats ligt op een helling. Maar voordat het grafveld zich ontrolt aan de bezoeker is er een groene voorruimte, geflankeerd door twee paviljoens die een weids uitzicht over het landschap inkaderen. Centraal hierin ligt de ’warstone’ in een verzonken cirkel in het gras, refererend aan de bomkrater.

Wederom een knappe situering, maar het wandelen maakt hongerig en dorstig. In het tegenoverliggende museumcafé genieten we van Vlaamse reuzenboterhammen met huisgemaakte paté. Daarbij hoort natuurlijk een laatste pot bier, als afsluiting van dit in alle opzichten zéér geslaagde weekend!

Mede aanleiding van de excursie is de publicatie Cemetries of The Great War, geschreven door Jeroen Geurst. Onderstaand het programma en de bijbehorende pagina's uit het boek.

Programma Cemeteries of The Great War

Vrijdag

  • Historial de la grande guerre Peronne Beaulencourt BC (p 210)
  • Favreuil BC (p292)
  • HAC C (p312)
  • Croisilles BC (p255)
  • Monchy BC (p366)

Zaterdag

  • Feaubourg d’Amiens C en Memorial in Arras (p289)
  • Warlincourt Halte BC (p438)
  • Serre Road C no.2 (p408)
  • Thiepval memorial (p413)
  • Dernancourt CCE (p268)
  • Heilly Station C (p322)
  • Villers-Bretonneux MC (p426)
  • 20.00 uur last post Menenpoort Ieper

Zondag

  • Duitse begraafplaats Langemark Ceasar’s Nose cemetery Pilkem Museum Hill 62 Sanctuary Wood C (p404)
  • Wandeling via Hill 62 naar Maple copse C (p357)
  • Hooge Crater C (p328) Hooge Crater Museum

Laatste publicaties