Kauwgomballenfabriek verslag excursie

Het gezelschap bestaat deze middag uit 35 personen. We worden door Gerard Comello, A&A-lid en ontwikkelingsmanager van Lingotto, ontvangen in de Kauwgomballenfabriek. Op het programma staan een duo-presentatie van Gerard en directeur Rob Jansen gevolgd door een rondleiding in het complex, waarin we een bezoek zullen brengen aan NEXT architects en het bureau van Dick van Gameren. Dick zal daarna een rondleiding geven in het recentelijk opgeleverde en door hem ontworpen AMOLF-gebouw. De middag wordt afgesloten met een borrel in café restaurant Polder.

Lingotto is een bedrijf dat duurzame en tijdsbestendige gebouwen ontwikkelt en bestaande gebouwen hergebruikt(www.lingotto.nl). Oprichters Rob Jansen en Frank van Beek vormen de directie van dit inmiddels 10 jaar oude bedrijf. Het zijn complexe projecten waarin gebiedsontwikkeling een grote rol speelt. Om deze werkwijze te kunnen communiceren heeft Joris Visser in opdracht van Lingotto een nieuw vocabulaire ontwikkeld. Het zijn nieuwe woorden, ontstaan uit samentrekking van bestaande woorden, die in de kern weergeven hoe er gedacht en gewerkt wordt aan projecten: restructief, bruikdienstig en futumorfant. Restructief wordt omschreven als herdefiniërend in gebouw en gebied, een programma zoeken bij de structuur die je vindt. Voorbeelden hiervan zijn de Kauwgomballenfabriek en de tramremise in Amsterdam maar ook het winkelcentrum Stadsdennen in Harderwijk. Bruikdienstig staat voor gevormd en gedacht vanuit de gebruiker, vanuit de vraag: wat wil de gebruiker? Dit is uitgewerkt in de projecten XXX op Steigereiland, een collectief ontwikkeld bedrijfsverzamelgebouw en ULTIMULTI, woningbouwprojecten met veel ruimte voor eigen keuze door de bewoners in Leiden en Amsterdam.

Futumorfant betekent veranderbaar in de tijd en is uitgewerkt in Multifunk op het Steigereiland, een Solid ontworpen door ANA-architecten en Urban Tree in het Homeruskwartier in Almere.

De herontwikkeling van de Maple Leaf-fabriek in Amsterdam tot Kauwgomballenfabriek voor creatieve en extraverte gebruikers is hét voorbeeld van restructief. Toen Lingotto in 2006 het complex uit 1948 aankocht stond het al jaren leeg was de omgeving bekend als een no-go-area. Inmiddels huisvest het 70 gebruikers in ruimten variërend van 28 tot 1400 m2 en fungeert het als beeldmerk voor Lingotto. De naam Lingotto is, zoals bij velen bekend, ontleend aan de vergelijkbare herontwikkeling van de Fiat fabriek in Turijn. (Giacomo Mattè Trucco, 1922/ Renzo Piano, 1980) zie ook: www.8gallery.it

De uitstekende bereikbaarheid, de afgekochte erfpacht en goede afspraken met de gemeente over de FSI waren belangrijk. Maar ook een afstemming met het broedplaatsenbeleid om hier een creatieve hotspot te vestigen. Het gebied maakt deel uit van wat Lingotto ziet als “humusgebieden”, rafelranden om de stad die zich vullen met creatieve industrie.

De strategie van Lingotto wordt door Rob Jansen uiteengezet aan de hand van het meerjarenplan. De eerste fase van drie jaar zijn gericht op cashflow waarvoor sociale veiligheid en marketing van belang zijn. In fase twee zijn gebiedsontwikkeling en waardecreatie aan de orde. Na tien jaar breekt de derde fase aan die zich concentreert op herontwikkeling.

De Kauwgomballenfabriek bestaat uit vier delen met huurprijzen variërend van €55,-/m2 tot €200,-/m2. Gebouw B herbergt laagwaardige ruimten. In gebouw C zitten de hoogwaardig gerenoveerde broedplaatsen en in gebouw D het kantoor van Lingotto en de Brasserie die als huiskamer van het hele complex funtioneert. In gebouw A, dat in 2008 is opgeleverd, bevinden zich de beste ruimten. Het is, ondanks de lastige marktsituatie, geheel verhuurd.

Recentelijk is het KauwgomballenLab toegevoegd en ook zijn er plannen voor uitbreiding met een boothuis. Voor de toekomst wordt er gedacht aan een uitbreiding met een hoteltoren van 70 meter en een kantoorgebouw. Maar hiervoor moet eerst nog het bestemmingsplan gewijzigd worden. Ook ateliers voor 24-uur gebruik staan op het verlanglijstje al is de gemeente daar niet al te happig op.

Het is duidelijk dat Lingotto zich profileert op meerdere terreinen: van wonen en werken tot recreëren. Van hoog- naar laagwaardig en van kort naar lang verblijf. Wat opvalt zijn de flexibiliteit en klantgerichtheid. De huurders wordt alle ruimte geboden om het gebouw naar eigen inzicht in te richten en dat heeft fraaie werkomgevingen opgeleverd zoals we kunnen zien bij de grafische ontwerpers Reggs (www.reggs.com) en reclamebureau They (www.they.nl). De ingrepen in de gebouwen zelf zijn bescheiden en beperken zich voornamelijk tot het plaatselijk openen van de gevels voor meer daglicht en uitzicht. De uistraling van het complex behoudt daardoor zijn non-chalante karakter maar het wordt er ook niet echt mooier van. Nadruk in de onderneming ligt op het scheppen van voorwaarden op basis waarvan ondernemers zelf hun eigen werkomgeving kunnen creëeren. Het uiterlijk van de gebouwen is daaraan ondergeschikt.

Wanneer we het architectenbureau NEXT architects binnenstappen licht Marijn Schenk ons een keur van projecten toe die centraal en bijna sacraal staan opgesteld in hun werkruimte. Het werk is divers en draagt altijd een ambivalent karakter. In Nederland en China blijkt deze insteek voor goede continuïteit te zorgen.

Wij wandelen vervolgens naar het KauwgomballenLab waarvan het interieur door hen is aangepakt. De verbrede middengang wordt geflankeerd door werkkamers afgeschermd door glazen wanden. Het ademt de sfeer van een studentenhuis waarin met optimisme functies gedeeld worden tegen een lage huurprijs. Het is een ideale plek voor ZZP-ers en startende ondernemers ieder in zijn/haar eigen kleurrijke nis.

In de naastgelegen hallen is Dick van Gameren deze zomer neergestreken met zijn bureau. Zie voor filmpje ober de inrichting van deze ruimte: http://www.dickvangameren.nl/

Dick vertelt ons over het IJdockproject (opdracht:1997) waarover hij samen met Bjarne Mastenbroek nog altijd de supervisie voert. Er zijn meer langlopende opdrachten in het bureau en dat komt nu goed van pas. Hij voert het bureau sinds 2005 onafhankelijk van de architectengroep en is daarnaast hoogleraar in Delft. Het is een druk bestaan maar met zijn ploeg vaste medewerkers en de gunstige ligging van het bureau weet hij beide goed te combineren.

De excursie wordt vervolgd in het AMOLF-gebouw in het Sciencepark. Het is een laboratorium voor elementair natuurkundig onderzoek van het FOM-instituut. FOM staat voor Fundamenteel Onderzoek der Materie(www.fom.nl). Nederland neemt een vooraanstaande positie in op dit gebied, wat te danken is aan de recent overleden oprichter en oud-directeur prof. Jaap Kistemaker. Het instituut wordt gefinancierd door verschillende ministeries en is onafhankelijk. Deze gespecialiseerde onderzoeksomgeving oefent grote aantrekkingskracht uit op promovendi uit alle windstreken en vormt een biotoop op zich.

Het gebouw is ruim van opzet en heeft twee vloeren met laboratoria, een op de begane grond en een op de tweede verdieping. De tussenliggende verdieping is voor een installaties is gereserveerd waardoor de laboratoria geheel flexibel zijn in te richten.

Kahn’s Salk institute in La Jolla, Californië heeft niet alleen voor de ruimtelijke opzet model gestaand maar ook in de materialisering van schoonbeton en houtachtige bamboepanelen zijn parallellen terug te vinden. De buitenwanden van de laboratoria zijn afgewerkt met geperforeerde panelen in appeltjesgroen en doen wat dun aan. Er heerst een schijnbare tegenstelIing tussen het fundamenteel vorsen en lichtheid van de constructies die wat onwennig aandoet. Ook de diepte en de verstrooidheid van de gevel wekken verwondering. Wat hier draagt en gedragen wordt is vooralsnog een raadseltje. Niet onprettig zijn de vele kamers achter de gevel die tot laat in de avond dit gebouw tot lichtbaken in de Watergraafsmeer maakt.

We sluiten de middag af bij café restaurant Polder in wat het midden houdt tussen een bouwloods en een kunstenaarsatelier. Er wordt al snel nagepraat over de eigen werkplek of het gebrek daaraan.

Terugkijkend valt op dat er een groot verschil in kwaliteit is tussen de inrichtingen van architectenbureau’s en andere ondernemers. Menig architect lijkt een zekere voorkeur voor een shabby werkomgeving te hebben. Immers, je zet er een paar Eamesstoelen naast wat Transvormkasten en het is al snel gezellig genoeg.

Wat deze excursie laat zien is dat andere beroepsgroepen minder met die “anti-kraak” esthetiek flirten en echt inspirerende werkomgevingen maken.

Paul Vlok,
Met dank aan de organisatie: Gerard Comello, Dick van Gameren, Marijn Schenk en Edward Schuurmans

Laatste publicaties