In memoriam Piet Tauber

                                                                                      Op 13 mei 2017 overleed te Alkmaar  

                                                                                      onze collega, mede A et A lid en 

                                                                                      oud-hoogleraar aan de TU Delft,

                                                                                      Prof. ir. Piet Tauber, architect.

 

Hierboven is een drietal ankerpunten  voor de herinnering aan Piet Tauber genoemd. Alkmaar was zijn plaats van herkomst, de plaats waar zijn bureau werd gevestigd en gevestigd bleef. De stad ook waar hij een aantal karakteristieke werken realiseerde. A et A lid is hij al vanaf jonge leeftijd geweest.

In 1951 won hij een A et A weekendprijsvraag – waarna voorzitter Auke Komter hem de prijs van fl. 25.- uitreikte. Hij was regelmatig deelnemer aan excursies en andere bijeenkomsten. Door zijn onopvallende, altijd geïnteresseerde houding had hij dan met velen een aardig contact. Onverschillig of het dan om collega’s of (oud-)studenten ging, hij was altijd benieuwd naar de ander en wat die vond van het bezochte bouwwerk of het besproken onderwerp. Piet heeft mij destijds gewezen op A et A. Hij zei: “Chris , daar moet je lid van worden, dat is goed voor je”. Dat deed ik dus.

De eerste excursie die ik mee maakte ging in 1984 naar Parijs. Moshé Zwarts was onze voorzitter en Dorien Boasson de ongeslagen organisator die het hele gezelschap via de metro overal naar toe wist te loodsen. Het gezelschap was bont, van alle generaties en enthousiast. Iemand zei daar dat A et A eigenlijk elk jaar een bedevaart naar het Maison de Verre zou moeten maken.

De jonge hoogleraar Tauber heb ik in 1964 in Delft zien komen. Een generatiesprong vond plaats toen prof. van den Broek afscheid nam en Tauber, 39 jaar oud, aantrad. Onbevangen, benaderbaar en - voor wie zijn golflengte vond - heel inspirerend. Die eerste jaren heeft hij veel tijd in Delft gestoken, zowel in het aantal dagen per week als in de stroomlijning van het curriculum. Mede onder invloed van het groeiende aantal studenten.

Aan een schetsweek bewaar ik goede herinneringen:  we moesten een klein museum op Schokland ontwerpen. De situatie was allereerst bijzonder, het “oude eiland” in de Noordoostpolder – de oude nederzetting , met haar overgebleven gebouwtjes, scheef gewaaide oude bomen en de nutteloos geworden houten kadebeschoeiing - dat alles enkele meters boven het eindeloos vlakke akkerland. De opgave was bijzonder omdat er voor zo’n dozijn gespecificeerde objecten  (groot, klein, kostbaar, lichtgevoelig , vlak of ruimtelijk, aanraakbaar of juist niet) een passende opstelling  onder één dak moest worden gemaakt.

Vanzelfsprekend rechtdoende aan de aard van elk object, aan de onderlinge samenhang ervan en aan de waarneming bij de gang door (en rondom) het gebouw. Met de grens van oud en nieuw, van binnen en van buiten en de samenhang in ruimtelijke kwaliteiten. De bijeenkomsten van de schetsweekgroep van een man of tien met de prof waren open en daardoor ook persoonlijk stimulerend.  Het “bouwen naar opdracht”, de titel van zijn inaugurale rede van een jaar eerder, kreeg bij deze werkwijze inhoud.

Piet Tauber stamt uit een familie van ambachtelijke bouwers. Met de publicatie in 2009 van ‘Ambachtsman en architect, tekeningen uit de metselopleiding van Hendricus Tauber ‘ ( zijn vader), heeft hij een mooi beeld gegeven van de ontwikkeling van de bouwpraktijk eind 19e, begin 20e eeuw.

Piet Tauber begon zijn architectenloopbaan al op jonge leeftijd, hij was 27 jaar toen hij in Delft in het plan Kuypersweg 523 woningen en 6 winkels ontwierp. Begonnen in 1954, kwam het complex in 1958 gereed. Het Bonas boek dat in 2012 werd gepubliceerd, geeft een zeer compleet beeld van zijn oeuvre.

Als resultaat van een door de Rijksbouwmeester uitgeschreven prijsvraag onder vier jonge architecten (van der Grinten, Verster, Kruger en Tauber), kreeg Tauber de opdracht voor de Kanselarij van de Nederlandse Ambassade in Washington DC. Dit werk kan als zijn ‘meesterstuk ‘worden beschouwd. Het is een Nederlands gebouw geworden  en dat  zeker niet alleen omdat er Nederlandse baksteen werd toegepast.

Het is zorgvuldig gesitueerd in een oude, geaccidenteerde en beboste omgeving. Een waardig en aantrekkelijk gebouw waaraan ook zeker Deense inspiratie ten grondslag ligt. Bijzonder is ook dat na de realisering in 1963 in 1995 ook de renovatie van de Kanselarij aan Tauber werd opgedragen.

In Leeuwarden, mijn geboorteplaats en ook de plaats waar ik het grootste deel van m’n leven heb doorgebracht, won hij in de jaren 1960 de prijsvraag voor de Provinciale Bibliotheek. Deze werd in 1966 in gebruik genomen. Zo’n 12 jaar later bouwde hij het naastgelegen Rijksarchief. Beide zelfstandige bouwblokken, met hun rug naar de parkaanleg op het bolwerk gericht en front makende naar het hoger gelegen Olderhoofsterkerkhof. Deze twee instituten fuseerden in 2002 tot Tresoar. De door Tauber ontworpen lichte en transparante luchtbrug liet het idee van de zelfstandige gebouwen intact, terwijl de huisvesting één geworden is.

Tijdens de bouw destijds zag ik de Provinciale Bibliotheek groeien als ik eens een weekeinde of in vakantie thuis kwam. Voor deze bouwkunde student was er veel te zien. Zoals de natuursteen gevels in twee typen, met het fraaie ritme van de gevelopeningen, het effect van de ligging in het groene park. En ook de ruime, dubbelhoge catalogushal met bovenlicht en de buitentrap naar de entrée. De opdrachtgever, de Provincie Friesland, gaf – zoals dat in de 19e eeuw gebruikelijk was – de opdracht  voor het aanpassen van de twee gebouwen tot één, in 2002 aan de aannemer. Deze vroeg – we zijn in de 21e eeuw – aan Piet Tauber het plan te willen maken. Gelukkig. Opvallend is dat een voorgeplaatste serre nu de trap van maaiveld naar piano nobile beschermt. Ook werd een lift voor dit niveauverschil  toegevoegd.

De catalogus zit tegenwoordig in de computers, de dubbelhoge hal werd de centrale ruimte met zicht op de studiezalen en de handbibliotheek, voor wisselende exposities en lezingen. Het interieur was mooi verouderd en werd praktisch gemoderniseerd door de binnenhuis-architect Frans Tauber , de zoon van Piet. Een jaar of twee geleden stond een tentoonstelling van de werken van prof. ir. P.H.Tauber n deze ruimte; zo werd de cirkel van zijn zeer geslaagde werk in en voor deze stad, gesloten.

De geschiktheid voor verandering van het oorspronkelijke ontwerp met behoud van de eerder gerealiseerde kwaliteit, is in Tresoar als levenswerk afleesbaar geworden. Via de geschiedenis van dit gebouw  kunnen we ons de uiterst sympathieke en kundige architect  Piet Tauber herinneren  –  en :  als de enige architect die ook nog een aantal  fietsen met een hoog gebruikersgemak voor de ouder wordende mens heeft ontwikkeld.

Chris Vegter.

Laatste publicaties