wo 3 april 2019
Lezing Het publieke interieur: idee, herontwerp en dagelijks gebruik. De casus van RM en CS

Start/aanvang:

19:30

Einde:

23:00

Locatie

Studio Benthem, Generaal Vetterstraat 57, 1059 BT Amsterdam

Speciale notitie

19.30 inloop, aanvang 20.00

Downloads en programma

Organisator

  • Sprekers: Jan Benthem, Muriel Huisman, Aart Oxenaar
  • Reinier Baarsen, Jan Peter Wingender, Matthijs de Boer, Rene Wubs, Albert van Raalte

Maximaal aantal deelnemers

30

AetA lezing Opvoedende en meeslepende ruimten of 'junckspace?

Een AetAgesprek over het publieke interieur aan de hand van Rijksmuseum en Centraal Station

Met de grote maatschappelijke veranderingen in de 19e eeuw verandert ook het stedelijk leven ingrijpend. Niet alleen de stad zelf, maar ook de publieke interieurs passen zich aan aan de nieuwe werkelijkheid. Steeds meer spelers willen de burger stichten, opvoeden of hun producten aan hem slijten. Een nieuwe publieke instelling als het museum zoekt zijn rol als tegelijk kunsttempel en volksopvoeder en spreekt de bezoeker aan met educatieve beeldverhalen aan en in het gebouw. Het spoor adverteert met zijn monumentale stationsinterieurs de reikwijdte en betrouwbaarheid van deze nieuwe motor van de economie. Architect Pierre Cuypers (1827-1921) heeft als geen ander in Nederland bijgedragen aan deze opbloei van het publieke interieur als gemeenschapskunst.

Inmiddels zijn deze publieke gebouwen bijna anderhalve eeuw oud en eigenlijk permanent in verandering geweest. Het Centraal Station werd al snel na de opening te klein en het vervoer werd anders georganiseerd, met ingrijpende gevolgen voor de circulatie door het gebouw. Het interieur van het Rijksmuseum is eingenlijk nooit af geweest. Nog voor de monumentale schilderingen klaar waren was de opvatting over tentoonstellen al weer zo veranderd, dat het interieur grotendeels werd witgewassen.

Reeksen architecten hebben vervolgens doorgewerkt aan deze publiek interieurs. Om ze aan te passen aan veranderende opvattingen over hun rol en betekenis. En om ze blijvend te laten functioneren bij sterk veranderd gebruik. Het 'Paleis voor de reiziger' werd een gedigitaliseerde vervoersmachine; de "Tempel voor kunst' een efficient tentoonstellingsbedrijf. Het publieke interieur als betekenisdragende ruimte kwam daarbij onder druk te staan. Rem Koolhaas sprak zelfs van 'junkspace'. Vraag is of hij daar gelijk in had.

Aan de hand van het Rijksmuseum en het Centraal Station te Amsterdam gaat  Aart Oxenaar, (architectuurhistoricus, gepromoveerd op P.J.H Cuypers en zijn impact op de stad Amsterdam)  in op idee en wording van deze ruimten - en laat zien hoe hier in de afgelopen eeuw mee is omgegaan.

Jan Benthem (BenthemCrouwel architecten) laat zien hoe het Centraal Station zich bij de meest recente groeispurt heeft aangepast aan de combinatie van vervoer en commercie.

Muriel Huisman (CruzyOrtiz architecten) zal laten zien hoe het Rijksmuseum bij de laatste transformatie is toegesneden op de ideale gang van de bezoeker door gebouw en collectie. 

Beide zullen tevens aangeven wat er achter de schermen nodig is om deze publieke ruimten te laten functioneren.

Aan het gesprek zullen verder deelnemen Reinier Baarsen, (conservator meubelen van het Rijksmuseum en hoogleraar Universiteit Leiden), JanPeter Wingender, Winhov architecten, (restauratie)architect van het station Amsterdam Amstel en Matthijs de Boer, (Matthijs de Boer Stedenbouw), auteur van het boek Binnen in de stad. Ontwerp en gebruik van publieke interieurs (2012).