Namens de nieuwe voorzitter

Beste AetA vrienden,

Zaterdag 30 juni 2019 ben ik gekozen tot nieuwe voorzitter van AetA. Dank voor jullie support, adviezen, nieuwe ideeën en uiteindelijk mijn verkiezing. Ik zal met veel enthousiasme en inzet leiding gaan geven aan dit geweldige Genootschap. Ik doe dat samen met een fantastisch bestuur.

In het voorwoord van het omvattende boek Genootschap Architectura et Amicitia 1855-1990, schijft de toenmalige voorzitter Joost de Haan: “Het is 1982. In de hoge vergaderkamer van de Academie, met uitzicht op het Waterlooplein, zoekt het kersverse bestuur van AetA naar middelen om het genootschap nieuw leven in te blazen. Vanaf de schilderijen aan de muren houden strenge heren met kantkragen de beraadslaggingen nauwgezet in de gaten”.

Wat is er verandert. Paralellen met nu zijn duidelijk zichtbaar. Een prachtige metafoor overigens. Een vereniging die steeds zoek naar vernieuwing en daarbij een rol probeert te vinden in het architectuurdebat. Inmiddels zitten we in 2019, bijna veertig jaar later en hebben het wederom over een nieuwe weg, continuïteit voor dit prachtige genootschap. En de leden kijken nauwgezet toe.

De historie van AetA is terug te vinden in de talrijke lezingen, prijsvragen, tentoonstellingen en excursies. Deze lopen als een rode draad door het genootschap. Een historie met grote namen waaronder, Leliman, Springer, Kromhout, Berlage, Wijdeveld, Bakema, Dijkstra en Rijnboutt. Maar ook met de zeer invloedrijke tijdschriften, Wendingen en Forum. Veel van dat vroegere werk is inmiddels overgenomen door instituten en universiteiten. Dat vraagt, zoals in elke tijd, om weer een eigen, nieuwe, specifieke invullingen zonder het verleden te vergeten.

Telkens is er bij besturen de drang de leden te motiveren, te activeren en aan te sporen tot meer activiteiten. Maar zoals in elke vereniging komt het vaak van een kleine groep gedrevenen. Daarnaast is het schrikbeeld van vergrijzing en het inzetten van verjonging een terugkomend thema van veel vroegere besturen maar ook weer nu. Een verjonging die noodzakelijk is om de continuïteit te waarborgen maar ook om een versmelting van nieuwe ideeën tot stand te brengen. Een genootschap nu, met ca. 320 leden, die actief betrokken en/of werkzaam zijn in het vak, zal ook aanwezig moeten zijn in het architectuurdebat. Wellicht zelfs als gangmaker van een nieuwe generatie en van die nieuwe ideeën. De dialoog tussen generaties in architectuur moet zich richten op de nieuwe toekomst. Ik denk dat AetA meer zichtbaar moet zijn. Wie kent ons? Wie van de jonge generatie kent ons? Waar profileren we ons nog in het debat, in tentoonstellingen en congressen e.d. Onderhouden wij met het ‘buitenland’ contacten? Hebben we contacten met de bureau’s en opleidingsinstituten in Nederland? Met onze buitenlandse co-organisaties?

Er zijn veel aanknopingspunten in het global debat, de agenda’s van de stad. Veel bureau’s zijn daar nationaal en internationaal mee bezig. Die uitwisseling, ook met buitenstaanders en andere disciplines, zou interessant zijn. We zijn natuurlijk ook een vriendenclub die in de rust van de dagelijkse praktijk projecten bezoekt, op mooie excursies gaan, lezingen organiseert, elkaars werk bespreekt, elkaar ontmoet en een biertje en glas wijn drinkt. In 1880 gingen ze met een stoomboot op pad met bier, wijn en vuurwerk en spraken ze over het vak. 

Er is veel te doen. Ik heb er veel zin in en kom na de vakantieperiode terug ideeën voor de toekomst. Ik ga dat natuurlijk doen met het bestuur maar nodig iedereen uit mee te doen en te denken. Ik heb er veel zin in. Ik wens jullie een mooie zomer toe.

 

Groet Jan Poolen
Voorzitter AetA

 

Laatste publicaties