Angst voor de publieke opinie | hunkering naar BAUHAUS

door: Jan Poolen, oktober 2019

 

Afgelopen zomer was ik een week in Weimar en Dessau. 100 jaar BAUHAUS. Ik werd, wederom, getroffen door de vitaliteit van de architectuur en haar school.

Het BAUHAUS was een opleiding voor beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten die van 1919 tot 1932 eerst te Weimar later te Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd was. Het BAUHAUS evolueerde van het expressionisme naar het modernisme.

Onder de bezielende leiding van Walter Gropius en later Mies van der Rohe werkte kunstenaars, architecten en andere disciplines aan architectuur en beeldende kunst  met een maatschappelijke impact.

Ja natuurlijk, 100 jaar BAUHAUS heeft er ook voor gezorgd dat de stad een grote ruimtelijke opknapbeurt heeft gehad. Maar hoe kan zo’n school gedijen in zo’n troosteloze stad? De schoolgebouwen en de Meisterhäuser ogen nog steeds extreem modern. Ik moest meteen denken aan de bekende foto van de woning van Corbusier in de Weissenhofsiedlung in Stuttgart met de auto van toen frontaal op de foto. De auto als symbool van de moderniteit en de techniek. De woning is ook nu nog zeer modern de auto al lang niet meer.

Architectuur deed ertoe. Architecten werden uitgenodigd voor belangrijke projecten zoals eerder al bij grensverleggende projecten als Zonnestraal, de Open Luchtschool en de Van Nellefabriek. Helend, the modern cure gebaseerd op de modernistische obsessie voor licht, lucht en ruimte.Das war einmahl zou ik bijna zeggen.

En nu, architecten zijn veelal gereduceerd tot maatschappelijke werkers. Zoals Frits Palmboom recent zei: 'die moeten 'ophalen' wat er in de stad leeft'. Natuurlijk zijn er spraakmakende plannen en architecten maar er heerst een allesomvattende ANGST VOOR DE PUBLIEKE OPINIE.

 

Wethouders, raadsleden besluiten niet, kijken niet vooruit maar laten hun oren hangen naar de publieke opinie. Dat maakt de beslissing gemiddeld, werkt verlammend en beperkt de creatieve en innovatieve kracht van ontwerpers. Zet architecten in waar ze goed in zijn: onderzoek, analyse, afwegingen, kansen en verbeelding.

Na de periode van ‘ja maar’ hoor ik nu vaak ‘nee, nee, nee’. Nee tegen hoogbouw, nee tegen autovrij, soms zelfs 'nee' tegen bomen, omdat ze zon en licht wegnemen of omdat we over de wortels struikelen. Dan lopen we er toch om heen? Het heeft natuurlijk te maken met dat we nu vooral in stedelijk gebieden projecten realiseren waar veel mensen wonen. Natuurlijk moet je dan in een goede verhouding met elkaar werken. Maar laat architecten doen waar ze goed in zijn. Doe dat zeker met andere disciplines. Met een maatschappelijke relevantie, maar ook wakend over het collectief belang. In een tijd van presentisme mis is de kijk en lering uit de historie en mis ik een vergezicht naar de toekomst. Kijkend naar wat we al hebben. Hoezo er nog 1 miljoen woningen bij, we hebben er al 7 miljoen die slecht gebruikt worden en een grote verduurzamingsslag nodig hebben.

Je zou zo het credo van Mies uit 1947 Less Is More, kunnen herinterpreteren. We hebben minder nodig maar wel goed en goed vormgegeven. Bjarke Ingels maakte in 2014 uit het credo van Obama,'Yes We Can' en 'Less Is More' een nieuw credo waar ik me van harte bij aansluit. 'YES IS MORE'.

Laten we de krachten bundelen, vanuit ons vakmanschap, ons onderzoekend en creatief vermogen. Kijk over je eigen grenzen. Dan kunnen we misschien de antwoorden vinden voor de belangrijke opgaven van deze tijd. We gaan aan het werk.

 

 

Laatste publicaties